HET GELD VAN DE VAKBOND

 

Inspraak en transparantie gevraagd

 

Het ACV heeft een bankrekening in Luxemburg: 1.081.226.397 BEF.  Deze ACV rekening staat op naam van de voorzitter, de algemeen secretaris en de nationaal verantwoordelijke voor de financies.  Iedereen mag een buitenlandse rekening hebben in de "vrije"wereld.  Dus ook het ACV.  Er zijn echter plichten: het bestaan van een dergelijke rekening moet worden meegedeeld en op de inkomsten dienen belastingen betaald e worden

 

Het ACV beroept zich echter op internationale wetgeving om te verantwoorden dat het om een "niet-openbare rekening" gaat waarop daarenboven geen belastingen dienen te worden betaald aangezien "noch de vakbond als feitelijke vereniging noch de individuele leden belastingplichtig zijn voor de inkomsten voortkomend uit de verzamelde middelen van de weerstandkas". 

 

Waarom rekeningen hebben in andere landen, zoals Luxemburg?  "Het onderbrengen van de stakingskas in een ander land", zo zegt het ACV, "is aangewezen ter beperking van de kwetsbaarheid, bijvoorbeeld tegen overheidsingrijpen (o.a. de blokkering van rekeningen) bij algemene staking of andere acties".

 

Hoeveel geld er in de centrale weerkas is, zo gaat het ACV verder, moet geheim blijven, want moesten de werkgevers weten hoeveel er in de kas is, zouden ze stakingen kunnen uitlokken, ten einde de vakbond financieel te breken. 

 

Al die argumenten houden geen steek.  Er is geen enkele tekst, noch van de Internationale Arbeidsorganisatie, noch van de Raad van Europa, die de vakbonden onttrekt aan het normale fiscale toezicht van de Overheid.  Integendeel.  Vakbonden dienen dezelfde regelen te volgen als de alle andere burgers en instellingen.

 

Dit betekent dat het ACV, minstens sinds 1996, de uitdrukkelijke verplichting heeft op haar fiscale aangifte mee te delen of ze al dan niet een of meerdere rekeningen in het buitenland heeft.  Of  de weerstandskas van het ACV in een rechtspersoon is ondergebracht of op naam staat van enkele leden van de "feitelijke vereniging" doet er niet toe.  Op de inkomsten van deze  sommen dienen vanzelfsprekend belastingen betaald.  Gaat het om een feitelijke vereniging dan worden de inkomsten normaal in hoofde van de titularissen van de rekening belast.

 

Men mag bankrekeningen hebben waar men wil.  Maar de Minister van FinanciŽn heeft  terecht onderlijnd dat er een mededelingsplicht is en dat er belastingen dienen betaald.  Aan het ACV zijn standpunt beter te argumenteren.  Dit zal een onmogelijke opdracht blijken te zijn.

 

Dat de werkgevers de vakbonden tot stakingen zullen dwingen om deze in de grond te boren, eens de inhoud van de stakerskas bekend is, is inderdaad "flauwe kletskoek".  Ondernemingen wensen diensten en goederen te produceren en aan de man te brengen. Zij mijden stakingen zoals de pest. De klant is immers koning, meer en meer.  Kortom dit is een drogreden, evenals de bewering dat de Overheid de stakingsgelden zou blokkeren bij staking.  Welke Minister zou dat aandurven en kunnen?

 

Er is inderdaad meer.  De vakbonden, waaronder het ACV, hebben in ons land een zeer machtige positie.  Zij maken deel uit van honderden instellingen en comitťs, zoals de Nationale Bank, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de Nationale Arbeidsraad, de Paritaire Comitťs, de arbeidsrechtbanken en hoven... De vakbonden hebben het monopolie bij het voordragen van de kandidaten arbeiders en bedienden voor de komende sociale verkiezingen.  De grote vakbonden maken deel uit van de bekende socialistische en christelijke zuilen en beÔnvloeden rechtstreeks de politiek in ons land. 

 

De vakbonden beheren daarenboven, samen met de werkgevers, de sociale zekerheid, goed voor zowat 1600 miljard BEF, sluiten CAOís, die, wanneer ze algemeen verbindend worden verklaard, juridisch gelden voor alle werkgevers en werknemers van het hele land of van de betrokken bedrijfstak.  Zij innen in de sectoren gelden, die paritair beheerd worden, in het kader van Fondsen voor Bestaanszekerheid.  Ook die Fondsen van zijn een voorbeeld van non-transparantie.

 

Tegenover al die macht staat er echter geen democratische legitimering.  De vakbonden hebben geen rechtspersoonlijkheid, hun leiders worden niet democratisch verkozen, de leden hebben geen inzage in de financiŽn van hun bond.   Geen informatie aan eigen leden, daar waar de vakbonden met klem en terecht medebeheer en inspraak, met informatie, vragen aan de ondernemingen.  Waarom zelf het voorbeeld niet geven?

 

Hier is heel wat te doen in het kader van de "nieuwe politieke cultuur": democratie, openheid en tolerantie.

Mag men verwijzen naar buitenlandse voorbeelden: in de VS en het VK worden de syndicale leiders democratisch verkozen en worden de financiŽn bekend gemaakt.  De Amerikaanse vakbonden zijn fier op hun stakersfondsen en pakken daar gretig mee uit ter gelegenheid van de onderhandelingen.  In Nederland maken de vakbonden een jaarrekening bekend.

 

In Frankrijk hebben de werkgevers en de grote ondernemingen beslist een open beleid te voeren in verband met hun beloning en deelname in de winst van het top management.  Een goede stap vooruit. 

 

Kortom, de sociale partners en in het bijzonder een vakbond als het ACV spelen een belangrijke rol in onze maatschappij.  Die zal nog overtuigender zijn als de regelen van het spel gevolgd worden en ze zelf zijn wat ze aan anderen vragen: democratisch en transparant. 

 

Prof. Roger Blanpain,

Lid van de Koninklijke Vlaamse Academie

 

Standpunten