Persconferentie
door
Prof.
Roger Blanpain (KUL) & Raf De Ryck, vzw RookVrij
ROKEN
EN DE ONDERNEMING.
Studie
en actie
Paleis der Academiën
donderdag, 27 mei 2004 om 11.00 uur
Uitnodiging
- perstekst Prof. Blanpain
- tekst vzw RookVrij
I.
Op deze persconferentie wordt vooreerst het boek Roken en de
Onderneming. Rechten en plichten van werkgever en werknemers[1],
voorgesteld.
Roken
is een maatschappelijk probleem geworden. Iedereen,
ook de overheid en zeker werkgevers en werknemers zijn zich bewust van de
gezondheidsschade, die roken teweegbrengt.
Ook
ondernemingen ontsnappen dus niet aan het debat.
Gezondheid is immers een grondrecht.
Iedereen, ook de werknemer, heeft recht op gezonde lucht en meer bepaald,
op een gezonde werkplaats. De
werkgever dient daarover te waken en is daar ook verantwoordelijk voor.
Zelfs ruimer rijst de vraag naar een alomvattend, geďntegreerd en
coherent ondernemingsbeleid inzake tabaksgebruik, zowel ten aanzien van rokers
en niet-rokers, als van klanten e.a. Meer
bepaald, heeft roken ook gevolgen op het stuk van absenteďsme,
gezondheidskosten, branden, vervuiling van lokalen, enzovoort.
In
dit boek worden de onderscheiden aspecten voor een mogelijk beleid aangesneden.
Vooreerst worden de arbeidsrechtelijke aspecten behandeld (1); vervolgens
komen het welzijn op het werk en de rol van de preventie-adviseur aan bod (2).
In de derde plaats wordt het rookbeleid in de onderneming toegelicht (3).
Vanzelfsprekend wordt eveneens aandacht gewijd aan de aansprakelijkheid
voor de gezondheidsschade ten gevolge van passief roken in de onderneming (4).
Deze reeks van bijdragen wordt afgesloten met een bijdrage over “een
gestructureerd rookbeleid in de onderneming” (5).
Aldus
worden juridische (zowel arbeidsrecht als burgerlijk recht), naast
veiligheidsaspecten in de verf gezet evenals het human resources beleid.
II.
Vervolgens zal Raf De Ryck, Voorzitter vzw RookVrij[2],
de concrete juridische acties toelichten, die de vzw RookVrij wenst te
ondernemen ten voordele van de slachtoffers van ongewenst passief roken; zowel
inzake het afdwingen van het recht op een rookvrije werkplek, als ter vergoeding
van de gezondheidsschade, die passieve rokers ondergaan.
Er
is een documentatiemap en gelegenheid tot vragen stellen.
Aan
de deelnemers – journalisten wordt een exemplaar van het boek aangeboden.
Koffie
en broodje.
Er
is gelegenheid tot parkeren.
Plaats:
Paleis der Academiën, Hertogsstraat, 1, B-1000 Brussel
Informatie:
Roger
Blanpain, 016 499499 – 0475 530721
Raf
De Ryck, 0476 488 562 - - 02 5348418 – info@rookvrij.be
Inschrijving
bij wijze van bijgaand formulier of via roger.blanpain@cer-leuven.be
Studie
en actie
donderdag,
27 mei 2004, 11.00 uur.
Naam:
Voornaam:
Dagblad/weekblad/TV:
Tel.:
Fax:
e-mail:
zal
deelnemen:
o
zal
niet deelnemen:
o
……………………….
……………………….
(datum)
(handtekening)
Gelieve
dit persbericht ook mee te delen aan uw collega’s.
tel.:
016/499499
fax:
016/480921
e-mail:
roger.blanpain@cer-leuven.be
[1]
R. Blanpain, S. Desutter, J. De Wortelaer, W. Geysen, H. Smeyers, K. Verelst
en J.M. Wouters, 243 p., uitgeverij Maklu, met
voorwoord door Mevrouw Kathleen Van Brempt, Staatssecretaris Voor
Arbeidsorganisatie en Welzijn op
het Werk.
[2]
RookVrij
vzw Vereniging voor een rookvrije leefomgeving, http://www.rookvrij.be
Tabak is vergif en schadelijk voor de rokers, de
passieve rokers en voor het milieu. Het
gaat om gezondheid, leven, ziekte en dood.
Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen.
Gezondheid is het hoogste goed van de mens.
Dit is grondwettelijk en een afdwingbaar recht.
Dit boek bevat een antwoord op de vraag welke de
rechten en plichten van de werkgever zijn inzake tabaksrook in de onderneming. Er is nood aan een grondige studie waarin de juridische
krachtlijnen voor een ondernemingsbeleid terzake worden uitgetekend.
Wat zijn de rechten en de plichten van werkgever en werknemer op grond van het arbeidsrecht en van de welzijnswetgeving? Welk is de aansprakelijkheid voor de gezondheidsschade ten gevolge van (passief roken)? Waarom een rookbeleid in de onderneming en hoe moet dit er uit zien ? Hoe een dergelijk beleid invoeren?
In onze studie wijden wij aandacht aan de
huidige en toekomstige wetgeving (zie o.m. het aangekondigd K.B. betreffende de
bescherming van werknemers tegen tabaksrook (p. 221), alsmede aan de
rechtspraak.
Uitgangspunt
is eens te meer de problemen van de mensen: zie blz. 19.
De werkgever heeft het recht en de plicht een
rookverbod in de onderneming uit te vaardigen en dit te handhaven.
Hij heeft het recht daartoe want hij heeft met name de leiding van de
onderneming. Hij heeft de plicht
want hij staat in voor de gezondheid van de werknemers en andere medewerkers.
blz. 23 (Blanpain)
blz. 69 (Geysen)
blz. 74 (De Wortelaer)
Het recht op een rookvrije werkplek is een afdwingbaar
recht. Zie de zaak Leeman (45;
de Zaak Nooijen: Nederlands recht : 49).
Gezondheidskost
(80): 20 % van de bestaande absenteďsme kost – 520 Euro per jaar –;
gewaarborgd loon; ziekteverzekering
Afwezigheidskost (81-82: 3,5 Euro per sigaret;
87,50 Euro per dag; 18.375 Euro per jaar; 367.500 Euro loopbaan – Per Jaar 59
dagen minder prestatie: loopbaan van 20 jaar: 7 jaar.
De werkgever is strafrechtelijk en burgerlijk aansprakelijk. Zaak Riphagen (Nederland): zie bijlage. (139 - 140) Smeyers.
Recht op een rookvrije werkplaats.
Is afdwingbaar.
Dat recht van anderen eerbiedigen.
Het rookverbod naleven. Sancties.
Recht op schadevergoeding
in geval van gezondheidsschade ten nadele van de werkgever en van al wie terzake
verantwoordelijkheid draagt.
XXXXXXX
Zie bijlagen.
Roger Blanpain,
27 mei 2004
[1]
R. Blanpain, S. Desutter, J. De Wortelaer, W. Geysen, H. Smeyers, K. Verelst
en J.M. Wouters, 243 p., uitgeverij Maklu, met
voorwoord door Mevrouw Kathleen Van Brempt, Staatssecretaris Voor
Arbeidsorganisatie en Welzijn op het Werk, prijs: 48,40 euro
RookVrij vzw wil een rookvrije werkplek juridisch afdwingen en schadevergoeding eisen voor slachtoffers van passief roken
RookVrij
werd drie jaar geleden opgericht als belangenvereniging voor iedereen die niet
ongewenst wil meeroken. Roken is
een persoonlijke zaak die men niet aan anderen opdringt.
Het openbare leven en de werkplek - horeca inbegrepen - moeten rookvrij
worden.
Het
halfslachtige KB van 1993 roept op tot hoffelijkheid maar legt de werkgever ook
op om “zonodig” maatregelen te
nemen om de hinder te wijten aan omgevingstabaksrook
uit te schakelen. Dat KB is dode
letter gebleven.
Het
KB van 1990 dat het roken op openbare plaatsen regelt, staat het roken toe in de
horeca, een werkplek voor meer dan 100.000 werknemers.
Beide
KB’s missen zo goed als elk effect op de werkvloer.
Initiatieven zowel voor rookvrije horeca als voor andere rookvrije
werkplaatsen verliepen volledig buiten het kader van deze KB’s.
Staatssecretaris
voor Welzijn op het Werk Kathleen Van Brempt stelt voor om de werkplek rookvrij
maken, maar wel pas vanaf 2006. Bovendien
zal het horecapersoneel hiervan uitgesloten blijven.
Minister van Volksgezondheid Rudy Demotte wil het rookverbod op openbare
plaatsen uitbreiden, maar opnieuw blijven horecazaken hiervan uitgesloten.
Actie
is nodig. De voorstellen van de
federale regering krijgen van RookVrij een onvoldoende.
Wij willen niet wachten tot 2006 en verdedigen ook het recht op een
gezonde werkomgeving voor alle werknemers in de horeca.
Ř
Recht op een rookvrije werkplek
De huidige arbeidswetgeving geeft iedereen recht op welzijn en gezondheid op het werk.
De realiteit is anders. Als een bedrijf zelf geen initiatief neemt, moet een rookvrije werkplek afgedwongen worden voor de arbeidsrechtbank. RookVrij ondersteunt de werknemers die een rookvrije werkplaats willen verkrijgen.
Ř
Vergoeding voor geleden schade
Sommige
werknemers moeten medicatie nemen, afgewisseld met periodes van ziekteverlet, om
hun werk in een doorrookte omgeving te behouden.
Anderen worden ontslagen of zien zich verplicht om voor het behoud van
hun gezondheid zelf ontslag te nemen.
Zij
kunnen hun (ex-)werkgever aansprakelijk stellen voor de geleden schade en een
vergoeding eisen. We denken hier in
de eerste plaats aan personen met ademhalingproblemen, astma- of hartpatiënten.
Ook andere gevallen van morele of materiële schade, wegens ziekte,
(gedwongen) ontslag of werkverlies komen in aanmerking.
Werknemers
uit alle sectoren kunnen een beroep doen op de vzw RookVrij om een procedure te
starten voor de arbeidsrechtbank. RookVrij
heeft hiervoor de nodige fondsen bijeengebracht en afspraken gemaakt met een
advocatenbureau.
Wat
met de zaak van de Brusselse politieagent gebeurde mag zich niet meer herhalen!
Zijn werkgever weigerde om hem een rookvrije werkruimte te geven.
De vakbond die hem had moeten verdedigen, liet hem in de steek.
RookVrij
wil:
·
Aantonen dat een rookvrije werkplek voor iedereen reeds een feit zou
moeten zijn.
In het algemeen en het arbeidsrecht verwijzen verschillende wetten naar welzijn
en gezondheid op het werk (zie bijlage). De zaak van de Brusselse politieagent toont aan dat iedereen
op basis van deze wetten een rookvrije werkplaats kan afdwingen.
·
De regering, de vakbonden en de werkgevers in beweging brengen. Ondanks de bestaande wetgeving, moet er een nieuwe en
ondubbelzinnige wet op de rookvrije werkplek komen.
Nutteloze processen over de interpretatie van de andere wetten - in de
voornoemde zaak verwees de arbeidsrechter naar 5 wetten - moeten vermeden
worden. Een nieuw artikel in de
Codex over het Welzijn op het Werk moet de werkplek in alle sectoren rookvrij
maken
Raf
De Ryck
voorzitter
RookVrij
vzw
Vereniging
voor een rookvrije leefomgeving
info@rookvrij.be
- www.rookvrij.be
PB
450 1180 Brussel
Bijlage
Wetgeving
over welzijn en gezondheid op het werk
voldoende om elke werkplek rookvrij te maken.
Uit
de jurisprudentie van het arrest van de Brusselse politieagent is gebleken dat
er reeds voldoende wetten zijn om een rookvrije werkplek af te dwingen.
De
arbeidsrechter kende de politieagent een rookvrije werkruimte toe zich baserend
op de volgende wetten en KB’s:
-
Het KB van 1993 over het roken op werkplek legt
de werkgever op om zonodig bijkomende materiële maatregelen te nemen om
de hinder te wijten aan omgevingstabaksrook uit te schakelen.
-
De wet op de arbeidsovereenkomsten schrijft voor dat arbeid moet gebeuren
in behoorlijke omstandigheden met betrekking tot de veiligheid en gezondheid van
de werknemer.
-
De Grondwet geeft iedereen recht op bescherming van de gezondheid.
-
Het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens geeft iedereen recht op
persoonlijke veiligheid.
-
De wet tegen pesten op het werk veroordeelt gedrag, dat de fysieke
integriteit van een werknemer bij de uitvoering van het werk aantast.
Naast
deze wetten die de arbeidsrechter aanhaalde kunnen we ook nog verwijzen naar:
- Artikel 55 van het ARAB: het arbeidsklimaat mag niet verstoord worden door onaangename geuren.
-
Wet
op het welzijn van de werknemers (4 aug. 1996) legt de werkgever
op om risico’s te voorkomen door ze te bestrijden bij de bron en voorrang te
geven aan collectieve bescherming boven maatregelen van individuele bescherming.
-
KB van december 1993 op de blootstelling aan kankerverwekkende stoffen op
het werk waarin kankerverwekkende stoffen worden aangehaald die ook via
tabaksrook in de lucht worden gebracht.