Privé- clubs voor rokers: onwettelijk
In zijn bijdrage gewijd aan “De overdaad aan regels is een realiteit” (DS., 8 januari 2007) heeft Prof. B. Boukaert, het o.m. bij wijze van voorbeeld over de “perverse gevolgen van de wet over het roken op restaurants”. “We mogen”, zo stelt hij, “ons aan een plejade verwachten van zogezegde privé-clubs waar wel mag gerookt en gegeten worden”. Ik ben het wel eens met de stelling van B. Bouckaert dat we met een overdaad aan regels zitten, maar zijn voorbeeld is slecht gekozen. Privé clubs voor rokers waar wel gegeten en gedronken mag worden zullen door de band werknemers te werk stellen, die koken, opdienen, afruimen, afwassen …In die mate zijn het ondernemingen, en voor ondernemingen geldt er een rookverbod.
Meteen wil ik ook de mythe uit de wereld helpen dat zgh privé-clubs voor rokers een mogelijke wettelijke omzeiling zouden kunnen zijn van het rookverbod in restaurants. Het weze herhaald: het K.B. van 19 februari 2005 betreffende de bescherming van de werknemers tegen tabaksrook is strafrechtelijk afdwingbaar: met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met geldboete van 50 tot 1 000 (EUR) of met één van die straffen voor elke betrokken werknemer.
Roger Blanpain,
Hoogleraar Arbeidsrecht