ROKEN OP HET WERK

 

 

 

 

Blanpain Roger

 

Professor aan de Universiteiten van Leuven, Limburg en Tilburg,

Gewezen voorzitter van de Internationale Vereniging voor Arbeidsberhoudingen

Erevoorzitter van de Internationale Vereniging voor Arbeids- en Sociaal Zekerheidsrecht,

Lid van de Koninklijke Vlaamse Academie

 

 



 

INHOUD

 

Lijst van afkortingen

 

Inleiding

 

HOOFDSTUK I.  BEGRIPPEN EN TOEPASSINGSGEBIED

 

§ 1.   Het werk en de onderneming

§ 2.         Werknemers

§ 3.         Medewerkers en anderen

 

HOOFDSTUK II.  HET PROBLEEM:  ROKEN, OOK PASSIEF ROKEN IS SCHADELIJK VOOR DE GEZONDHEID

§ 1.         Algemeen

Een gevarieerd product

Het aantal rokers

§ 2.         Schadelijke stoffen in tabaksrook

Teer

Koolstofmonoxide

Nicotine

§ 3.   De voornaamste gezondheidseffecten van roken

Tabak en kanker

Tabak en ademhaling

Tabak en cardiovasculair systeem

Tabak en zenuwstelstel

Tabak en seksualiteit

Tabak en zwangerschap

§ 4.   Tabak is een drug

§ 5.   Passief roken

§ 6.   Aantal sterfgevallen

§ 7.         Economische gevolgen van het roken

 

HOOFDSTUK III. GEZONDHEID EN VEILIGHEID IN DE ONDERNEMING

 

§ 1.         Algemene bepalingen

I.           Een grondrecht

II.          De wet op de arbeidsovereenkomst

III.          Welzijn op het werk: de wet van 4 augustus 1996

§ 2.   Roken

I.                Internationale en Europese regelgeving

A.     De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO)

B.     De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO)

C.     De Europese Unie (EU)

1. De richtlijn van 5 juni 2001 inzake de productie, de prestatie en de verkoop van tabaksproducten

2. Aanbeveling van 2 december 2002 inzake de bestrijding van tabaksgebruik

3. De richtlijn van 26 mei 2003 inzake reclame en sponsoring voor tabaksproducten

4. De richtlijn van 30 november 1989 inzake de veiligheid en de gezondheid voor arbeidsplaatsen

5. De richtlijn van 19 oktober 1992 inzake veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap

II.               Nationale regelgeving

A.    Geldende regeling

Federaal

1. Algemeen: personenvervoer en bescherming van de gezondheid

a. Het K.B. van 15 september 1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer per tram, premetro, metro, autobus en autocar

Rookverbod

Toezicht

b. Het K.B. van 15 mei 1990 tot het verbieden van het roken in bepaalde openbare plaatsen

Gesloten plaatsen

Inrichtingen of gebouwen

Geen rookverbod: voedingsmiddelen en/of dranken. Restaurants. Café's. Cafetaria's

Rookverbodtekens

Sancties

2. Roken en de onderneming

a. Regelgeving inzake gezondheid, veiligheid en kwaliteit van het werk

Veiligheidsaspecten

Gezondheidsaspecten

Kwaliteit van het werk

b. De hoffelijkheidsbepaling van het ARAB

c. Pesten op het werk.  Bestrijden van stress

1) Pesten

a) Actief roken is een vorm van pesten

b) Mogelijkheid van klacht in te dienen

c) In rechte treden

d) Sancties

2) Stress

Gewestelijk

B.    Toekomstige regelgeving: het K.B. betreffende de bescherming van werknemers tegen tabaksrook

III.             Rol van de gezondheidsactoren

IV.           De rol van de rechter

A.  Jean Leeman: het Arbeidshof te Brussel

1.        De feiten

2.        Het arrest van het Hof

B.  Adriana Nooijen.  Arrondissementrechtbank van Breda

 

 

HOOFDSTUK IV.  RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE WERKGEVER

 

§ 1.   Plicht een rookbeleid in te voeren

§ 2.   Recht een rookbeleid in te voeren

A.           Een rookverbod

B.           Aanwerven en rookverbod

C.           Rookpauzes en rookruimtes

D.           Roken en arbeidstijd

E.           Sanctionering van ongeoorloofd rookgedrag

F.            Begeleiding van rokers

 

HOOFDSTUK V.  RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE WERKNEMER

 

§ 1.   Recht op een rookvrije werkplek

§ 2.   Plicht het rookverbod na te leven

§ 3.         Aansprakelijkheid van werkgever en werknemer

§ 4.   De rol van de vertegenwoordigers van de werknemers

§ 5.   Rol van andere groeperingen: Actie van de VZW Rookvrij

Rechtsbijstand van RookVrij VZW

Rookvrije werkplek

Vergoeding voor schade door gedwongen meeroken

 

HOODSTUK VI.  ROOKBELEID IN DE PRAKTIJK

 

§ 1. Een overzicht van het rookbeleid in 16 ondernemingen

I.  Bureau: arbeidsbemiddeling

II.  Bank

III.  Telecom bedrijf

IV.  Informaticabedrijf

V.  Engineering groep

VI.  Medische apparatuur

VII.  Brouwerij

VIII.  Kabelcommunicatie

IX.  KULEUVEN

X.  NMBS

XI.  Kaarten

XII.  Dienstverlener voor hypotheekmarkt

XIII.  Automobieldistributie

XIV.  UZ Leuven

XV.  VRT

§ 2.  Gedragscode: een rookbeleid voor de onderneming

 

BESLUITEN

 

BIJLAGEN

 

I.  Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 mei 1990 tot het verbieden van het roken in bepaalde openbare plaatsen

 

II.  Koninklijk besluit betreffende de bescherming van werknemers tegen tabaksrook: Definitief voorontwerp van KB

 



 

Inleiding[1]

 

Het rookbeleid in ons land scoort slecht.  Dat blijkt uit een vergelijkende studie van 28 Europese landen[2].  De onderzoekers gingen na wat de landen doen om het aantal sterfte- en ziektegevallen ten gevolge van het roken te verminderen. Het gaat dan onder meer om hogere taksen, een rookverbod in openbare ruimten, een verbod op tabaksreclame en hulp voor rokers, die willen stoppen. In totaal scoorde ons land 38 op 100[3].  Het resultaat voor ons land wordt ook naar beneden gehaald door het gebrek aan een expliciet en algemeen verbod van het roken op de werkvloer. 

 

Een dergelijk verbod wordt wel in het vooruitzicht gesteld.  Een K.B. is reeds geruime tijd aangekondigd geworden door de Regering dat een expliciet rookverbod zou afkondigen met ingang van 1 januari 2004.  Dit verbod zou evenwel het roken in restaurants en bars ongemoeid laten. 

 

Dit neemt niet weg dat ondernemingen reeds op dit ogenblik, en in afwachting van het K.B. terzake geen verplichtingen zouden hebben.  Integendeel, ondernemingen zijn verantwoordelijk voor de gezondheid van hun medewerkers en van al diegenen, die op een of andere wijze bij de werking van de onderneming betrokken worden.  Elke onderneming dient een rookbeleid, lees rookverbod, in te voeren en te handhaven.

 

In deze bijdrage wordt de verantwoordelijkheid van de ondernemingen terzake onderzocht en de plichten en rechten van de werkgever en de werknemers nader bepaald.

 

In een eerste hoofdstuk wijden we onderzoek aan het toepassingsgebied van het rookbeleid van de ondernemingen.  Dit betreft de werkplaats en vanzelfsprekend al diegenen, die daarmee te maken hebben: werknemers, zelfstandigen en andere medewerkers, evenals al diegenen, die om een of andere redenen rechtmatig op het domein van de onderneming verblijven, zo voltijds, deeltijds of zelfs occasioneel (Hoofdstuk I).

 

Vervolgens wordt aandacht gewijd aan het probleem.  Tabak is schadelijk voor de gezondheid.  In welke mate en voor wie?  Dit wordt nader omschreven in Hoofdstuk II.

 

Het derde Hoofdstuk gaat in op de rol van de onderneming inzake gezondheid en veiligheid, vooreerst in het algemeen en daarna specifiek wat het roken van tabak betreft.  Daarbij wordt stilgestaan bij zowel de internationale, Europese als de nationale wetgeving als bij de rol van de gezondheidsactoren, meer bepaald  in de onderneming, zo het Comité voor Preventie en Bescherming, de Arbeidsgeneesheer en de Veiligheidsadviseur.  Ook de rol van de rechter komt aan bod.

 

Vervolgens komen de rechten en de plichten van de werkgever aan de beurt.  De werkgever heeft niet enkel een plicht een rookbeleid in te voeren, maar ook het volle recht dit te doen.  Daarbij wordt aandacht gewijd aan enkele specifieke problemen, zoals aanwerven en rookverbod, het invoeren van rookpauzes, het voorzien van rookruimtes, het probleem van de arbeidsduur en de sanctionering en de begeleiding van rokers (Hoofdstuk IV). 

 

In het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk V) onderzoeken we de rechten en de plichten van de werknemer.  Speciale aandacht gaat naar de rol van de vzw RookVrij, die gratis rechtshulp verleent aan werknemers, die hun recht op een gezonde en rookvrije werkplaats willen opeisen.

 

Tot slot volgt een analyse van het rookbeleid in een 16-tal ondernemingen en wordt een model van rookbeleid geformuleerd (Hoofdstuk VI).

 

Deze studie wordt afgesloten met enkele besluiten en een tweetal bijlagen.

 

XXXXXXX

 

Tot slot een woord van dank aan Joeri Lauwers, die me in deze eens te meer uitstekend bij wijze van administratieve ondersteuning en technologische verwerking heeft bijgestaan.



[1] Zie ook volgende publicaties: 

Roger Blanpain, Passief roken.  De zachte moordenaar, Leuven, 2003, Van Halewijck, 159 blz.;

Roger Blanpain e.a., Roken en de onderneming.  Rechten en plichten van werkgever en werknemers, Antwerpen, Maklu, 2004, 242 blz.;

“Smoking and the Workplace”, Bulletin of Comparative Labour Relations, Kluwer Law International nr. 54, (ed. Roger Blanpain) (te verschijnen in 2005).

Zie eveneens: web site passief roken: http://www.cer-leuven.be/passiefroken/home.htm

[2] Bar, “Belgisch antirook-beleid scoort slecht”,  De Standaard, 12 okotber 2004.

[3] Melding dient evenwel gemaakt van de wet van 19 juli 2004 tot wijziging van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten, waarbij het verboden wordt tabaksproducten te verkopen aan jongeren onder zestien jaar (B.S., 10 november 2004).