Rookverbod thuis?
Lezer Manu Vanhaverbeke (DS, 3 januari 2007) stelt, zij het cynisch, een goede vraag in verband met rookgedrag van ouders ten aanzien van hun kinderen. “Moet men”, zo vraagt hij, “dan camera’s in mijn woonkamer plaatsen”?
Inderdaad, ongegeneerd roken thuis is vooral voor kinderen een levensgroot probleem. Vorig jaar nog haalde in Londen een kind van 6 jaar de voorpagina’s van de kranten; het kindje was medisch gescreend door de schoolarts en wat bleek: zwartgerookte longen. De ouders waren kettingrokers.
Het is een feit dat zwangere vrouwen, die roken, hun babies zware geestelijke en fysische schade kunnen toebrengen. Hetzelfde voor ouders, of andere familieleden, die ongegeneerd voluit roken in de aanwezigheid van kinderen.
Stelt een studie van de Vrije Universiteit Brussel: “Roken tijdens de zwangerschap verhoogt de kans op vroeggeboorte; doodgeboren kinderen; lager ontwikkelingsniveau bij geboorte; lager geboortegewicht (tot 200 gram minder); groeiachterstand in latere ontwikkeling. Kinderen van rokende ouders lopen een verhoogd risico op bronchitis en ontsteking van de luchtwegen. Langdurige blootstelling aan omgevingstabaksrook kan de kans op longkanker doen toenemen”.
Meteen rijst de vraag hoe de kinderen te beschermen tegen verslaafde ouders-rokers? Een afdoend antwoord op die vraag is de volgende uitdaging in het tabaksdebat. De ervaring leert immers dat preventieve maatregelen (zoals waarschuwingen, doodsmeldingen op de pakjes e.a.) weinig of geen effect hebben. Wie neemt de handschoen op?
Roger Blanpain,
Hoogleraar Arbeidsrecht