Gezondheidsschade door passief roken

Johan Vansteenkiste, Longarts-Oncoloog, KU Leuven


Wat is passief roken?

De rook van een brandende sigaret kan ingedeeld worden in twee componenten: de hoofdstroom-rook, die wordt ingeademd door de roker bij het inhaleren, en bij het uitademen terug in de omgeving wordt gebracht. Daarnaast is er de nevenstroom-rook, die ontstaat wanneer de sigaret zelf verder brandt, bijv. op een asbak. Passief roken is de ongewilde blootstelling hieraan van personen in de omgeving van rokers. De gezondheidsrisico’s voor rokers zelf zijn voldoende bekend, maar ook passief roken verdient meer aandacht.

 

Is passief roken schadelijk?

In de 90-er jaren was er een verregaande controverse over passief roken tussen wetenschappers, die de schade door passief roken aantoonden [1], en ‘experten’ ingehuurd door de tabaksindustrie die dit wilden minimaliseren [2]. Legale actie en grondige studie heeft ondertussen aangetoond dat de tabaksindustrie hierbij doelbewust experten misbruikte om de kennis over passief roken in diskrediet te brengen [3]. Nu nemen alle ernstige vorsers en bijv. ook de WHO aan dat omgevingsrook zonder meer schadelijk is voor de gezondheid.

 

Welke zijn de gezondheidsrisico’s?

Passief roken verhoogt het risico op longkanker met 15 tot 25% [4, 5]. Sigaretten rook bevat duizenden chemische stoffen, waarvan er minstens 40 als kankerverwekkend gekend zijn [6]. Het verband blijkt o.a. uit uitgebreid bevolkingsonderzoek, en ook uit proeven met muizen, waar rechtstreeks werd aangetoond dat omgevingsrook longtumoren veroorzaakt [7].

Passief roken veroorzaakt of verergert ook andere longaandoeningen zoals astma en chronische bronchitis [8].

Voor kinderen is omgevingsrook van rokende ouders een reëel gevaar. Dit is reeds zo voor de foetus, die aan deze risico’s blootstaat wanneer de moeder rookt of passief meerookt. Ook later lopen kinderen meer risico op oorontsteking, luchtwegeninfecties en astma [9]. Volgens sommige bronnen zou passief roken tijdens de jeugd ook een gevaar inhouden voor longkanker op volwassen leeftijd [10].

Passief roken is ook schadelijk voor hart en bloedvaten. Reeds na 30 minuten passief roken ontstaan er meetbare veranderingen in kransslagaders [11]. Deze veranderingen zijn dosisafhankelijk en verbeteren deels wanneer het passief roken wegvalt. In een grote Amerikaanse studie werd zowel voor actief als passief roken aangetoond dat het proces van slagaderverkalking wordt versneld [12]. Naast longkanker is hartinfarct de meest belangrijke oorzaak van sterfte door passief roken [13].

 

Welke zijn de gevolgen?

Passief roken leidt tot medische kosten, werkongeschiktheid en verminderde arbeidsprestaties [14]. In Angelsaksisch onderzoek is ook aangetoond dat het handhaven van rookvrije werkplaatsen niet alleen beschermt tegen passief roken, maar ook het aantal actieve rokers in bedrijven doet dalen met 4% [15]. Om een vergelijkbare daling door prijsverhoging te bekomen zou minstens een verdubbeling van de prijs per pakje sigaretten nodig zijn.

Slachtoffers van passief roken op het werk, die een schadeclaim indienen, halen in steeds meer gevallen hun juridisch gelijk [16].

Het is dus hoog tijd voor een charter tegen passief roken, en de nodige legale acties die dit omkaderen.


Literatuur

 

1. Smith GD, Phillips AN. Passive smoking and health: should we believe Philip Morris's "experts"? Br Med J 1996;313:929-933.

2. Benitez J, Idle JR, Krokan HE, Lohman PH, Roberfroid M, Springall A. Environmental tobacco smoke and lung cancer: an evaluation of the risk. Report of a European working group. Philip Morris Europe SA, London, 1996.

3. Drope J, Chapman S. Tobacco industry efforts at discrediting scientific knowledge of environmental tobacco smoke: a review of internal industry documents. J Epidemiol Community Health 2001;55:588-594.

4. Taylor R, Cumming R, Woodward A, Black M. Passive smoking and lung cancer: a cumulative meta-analysis. Aust N Z J Public Health 2003;25:203-211.

5. Kreuzer M, Heinrich J, Kreienbrock L, Rosario AS, Gerken M, Wichmann HE. Risk factors for lung cancer among nonsmoking women. Int J Cancer 2002;100:706-713.

6. Brownson RC, Figgs LW, Caisley LE. Epidemiology of environmental tobacco smoke exposure. Oncogene 2002;21:7341-7348.

7. Witschi H, Espiritu I, Peake JL, Wu K, Maronpot RR, Pinkerton KE. The carcinogenicity of environmental tobacco smoke. Carcinogenesis 1997;18:575-586.

8. Eisner MD. Environmental tobacco smoke and adult asthma. Clin Chest Med 2002;23:749-761.

9. Tutka P, Wielosz M, Zatonski W. Exposure to environmental tobacco smoke and children health. Int J Occup Med Environ Health 2002;15:325-335.

10. Wang L, Lubin JH, Zhang SR, Metayer C, Xia Y, Brenner A, Shang B, Wang Z, Kleinerman RA. Lung cancer and environmental tobacco smoke in a non-industrial area of China. Int J Cancer 2000;88:139-145.

11. Czernin J, Waldherr C. Cigarette smoking and coronary blood flow. Prog Cardiovasc Dis 2003;45:395-404.

12. Howard,G, Wagenknecht LE, Burke GL, Diez-Roux A, Evans GW, McGovern P, Javier Nieto F, Tell GS, for the ARIC Investigators. Cigarette Smoking and Progression of Atherosclerosis: The Atherosclerosis Risk in Communities (ARIC) Study. JAMA 1998;279:119-124.

13. Wilson N, Thomson G. Still dying from second-hand smoke at work: a brief review of the evidence for smoke-free workplaces in New Zealand. N Z Med J 2002;115:240.

14. Osinubi OY, Slade J. Tobacco in the workplace. Occup Med 2002;17:137-158.

15. Fichtenberg CM, Glantz SA. Effect of smoke-free workplaces on smoking behaviour: systematic review. Br Med J 2002;325:188.

16. Sweda EL. Litigation on behalf of victims of exposure to environmental tobacco smoke. The experience from the USA. Eur J Public Health 2001;11:201-205.