30 MAART
1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 72 van 30 maart 1999, gesloten in de
Nationale Arbeidsraad, betreffende het beleid ter voorkoming van stress door het
werk (Geregistreerd op 21 april 1999 onder het nr. 50552/CO/300).
Bron : TEWERKSTELLING EN ARBEID
Publicatie : 09-07-1999
Inwerkingtreding : 19-07-1999
Dossiernummer : 1999-03-30/43
Inhoudstafel
HOOFDSTUK
I. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK
II. - Draagwijdte van de overeenkomst.
Art. 2
HOOFDSTUK
III. - Verplichtingen van de werkgever.
A. Algemeen.
Art. 3-7
HOOFDSTUK
IV. - Verplichtingen van de werknemers.
Art. 8
HOOFDSTUK
V. - Slotbepaling.
Art. 9
Tekst
HOOFDSTUK
I. - Definities.
Artikel 1.
Voor de toepassing van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst moet verstaan
worden onder :
- stress : door een groep van werknemers als negatief ervaren
toestand die gepaard gaat met klachten of disfunctioneren in lichamelijk,
psychisch en/of sociaal opzicht en die het gevolg is van het feit dat werknemers
niet in staat zijn om aan de eisen en verwachtingen die hen vanuit de
werksituatie gesteld worden te voldoen;
- wet welzijn : de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn
van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
- koninklijk besluit inzake het welzijnsbeleid : het koninklijk
besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de
werknemers bij de uitvoering van hun werk.
Commentaar.
De definitie van het begrip "stress" in deze collectieve
arbeidsovereenkomst is geďnspireerd op de omschrijving, die er door de
Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) aan gegeven wordt, met dien verstande dat de
term "persoon" door "een groep van werknemers" wordt
vervangen.
Die vervanging is in de definitie aangebracht om de collectieve aard
van de door de conventie beoogde regeling te benadrukken.
HOOFDSTUK
II. - Draagwijdte van de overeenkomst.
Art.
2.
Deze overeenkomst strekt ertoe een regeling te treffen om de stress, veroorzaakt
door het werk, te voorkomen en/of te verhelpen.
Die regeling is bedoeld om collectieve problemen, die tot uiting
komen in het kader van de bij artikel 3 bepaalde procedure, te voorkomen en/of
te verhelpen.
Commentaar.
Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst beoogt de oplossing van
problemen van collectieve aard en niet van individuele problemen.
HOOFDSTUK
III. - Verplichtingen van de werkgever.
A. Algemeen.
Art.
3.
Bij toepassing van de wet welzijn en zijn uitvoeringsbesluiten is de werkgever
ertoe gehouden een beleid te voeren om stress, die door het werk wordt
veroorzaakt, collectief te voorkomen en/of te verhelpen.
Om dit stressbeleid te voeren, moet de werkgever overeenkomstig de
bepalingen van de wet welzijn en van afdeling II van het koninklijk besluit
inzake het welzijnsbeleid :
- bij de algemene analyse van de werksituatie de eventuele
stressrisico's opsporen; die analyse heeft betrekking op de taak, de
arbeidsomstandigheden, de arbeidsvoorwaarden en de arbeidsverhoudingen;
- aan de hand van de analyse van de werksituatie een evaluatie van
die risico's uitvoeren;
- op grond van die evaluatie passende maatregelen nemen om de
risico's te voorkomen of te verhelpen.
Commentaar.
Het stressvoorkomingsbeleid moet gevoerd worden met als uitgangspunt
de principes, zoals die in de wet welzijn en in afdeling II van het koninklijk
besluit inzake het welzijnsbeleid zijn opgenomen.
Het betreft meer bepaald :
- de aanpassing van het werk aan de mens, met name wat betreft de
inrichting van de werkposten en de keuze van de werkuitrusting en de werk- en
productiemethoden, met name om monotone arbeid en tempogebonden arbeid
draaglijker te maken en de gevolgen daarvan voor de gezondheid te beperken;
- de planning van de preventie en de uitvoering van het beleid met
betrekking tot het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk met
het oog op een systeembenadering waarin onder andere volgende elementen worden
geďntegreerd : techniek, organisatie van het werk, arbeidsomstandigheden,
sociale betrekkingen en omgevingsfactoren op het werk.
De bij het tweede lid van onderhavig artikel 3 bedoelde opsporing
van risico's gebeurt op een voor de onderneming passende manier, bijvoorbeeld
door een bevraging bij de werknemers waarvan de resultaten onderling worden
vergeleken met het doel collectieve problemen, die de werknemers ervaren, te
identificeren. Met deze informatie als uitgangspunt kunnen, conform dit artikel,
waar nodig passende maatregelen genomen worden.
Wanneer deze collectieve maatregelen van toepassing zijn op een
beperkt aantal werknemers of zelfs individuele werknemers, zullen dezen, conform
de toelichting die bij artikel 10 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9
van 9 maart 1972 is opgenomen, vooraf ingelicht en geraadpleegd worden. Zij
kunnen zich, op hun verzoek, laten bijstaan door een syndicale afgevaardigde.
Art.
4.
De werkgever vraagt bij de uitvoering van deze verplichtingen het advies en de
medewerking van de preventie- en beschermingsdiensten bedoeld in artikel 33 van
de wet welzijn.
Commentaar.
De diensten, bedoeld in artikel 33 van de wet welzijn, zijn
respectievelijk de interne en externe diensten voor preventie en bescherming op
het werk.
De nadere regelen betreffende de werking, de vereiste bekwaamheden
en de opdrachten van de interne diensten zijn vervat in een koninklijk besluit
van 27 maart 1998 betreffende de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op
het Werk. De regels betreffende de organisatie van de externe diensten, hun
opdrachten en hun juridisch statuut evenals deze betreffende de bekwaamheden van
de preventie-adviseurs zijn bepaald bij een koninklijk besluit van dezelfde
datum betreffende de Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk.
Dit koninklijk besluit bepaalt tevens de voorwaarden waaronder en de nadere
regels volgens dewelke een externe dienst kan worden erkend.
B. Overleg.
Art.
5.
Het comité voor preventie en bescherming op het werk en de ondernemingsraad
moeten, elk binnen de perken van hun eigen bevoegdheid, informatie krijgen en
voorafgaandelijk advies verstrekken over de verschillende fasen van het beleid,
dat de werkgever wenst te voeren ter uitvoering van artikel 3 van onderhavige
overeenkomst.
Bij ontstentenis van comité, wordt genoemd beleid gevoerd na advies
van de vakbondsafvaardiging.
Commentaar.
De ondernemingsraad en het comité zijn ertoe gehouden elk binnen de
perken van de eigen bevoegdheid de werkgevers te adviseren.
Dienaangaande wordt eraan herinnerd dat :
- de comités hoofdzakelijk tot taak hebben alle middelen op te
sporen en voor te stellen en actief bij te dragen tot alles wat wordt ondernomen
om het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van het werk te bevorderen
(wet welzijn, artikel 65);
- de ondernemingsraden onder meer tot taak hebben advies uit te
brengen en alle suggesties of bezwaren te kennen te geven over alle maatregelen,
die de arbeidsorganisatie, de arbeidsvoorwaarden en het rendement van de
onderneming zouden kunnen wijzigen (wet van 20 september 1948, artikel 15);
- bij ontstentenis van een comité, de opdrachten ervan worden
uitgeoefend door de vakbondsafvaardiging (wet welzijn, artikel 52).
De informatiebevoegdheid van het comité, respectievelijk de
ondernemingsraad, houdt in dat ook de resultaten van de algemene analyse van de
werksituatie en van de evaluatie van de risico's worden meegedeeld.
C. Voorlichting van de werknemers.
Art.
6.
In het kader van de toepassing van afdeling III van het koninklijk besluit
inzake het welzijnsbeleid neemt de werkgever passende maatregelen om ervoor te
zorgen dat de werknemers alle nodige informatie krijgen betreffende :
- de aard van hun werkzaamheden, in het bijzonder de taakinhoud, de
organisatie van het werk, de contactmogelijkheden en de verplichtingen van de
leden van de hiërarchische lijn;
- de daaraan verbonden overblijvende risico's, onder meer met
betrekking tot de stress door het werk;
- de maatregelen die erop gericht zijn die risico's te voorkomen of
te beperken.
Commentaar.
De bij artikel 6 bedoelde voorlichting moet worden verstrekt bij de
indiensttreding van de werknemer en telkens dit in verband met de bescherming
van de veiligheid en de gezondheid noodzakelijk is.
Wat de inhoud van de te verstrekken inlichtingen betreft, valt op te
merken dat deze in dezelfde zin gaat als de informatie, die aan de nieuw
aangeworven werknemers gegeven moet worden op grond van de collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 22 van 26 juni 1975 betreffende het onthaal en de
aanpassing van de werknemers in de onderneming.
D. Opleiding van de werknemers.
Art.
7.
De opleiding, die bij toepassing van afdeling III van het koninklijk besluit
inzake het welzijnsbeleid wordt gegeven, moet tevens rekening houden met de
stressfactoren gebonden aan het werk.
HOOFDSTUK
IV. - Verplichtingen van de werknemers.
Art.
8.
Bij toepassing van artikel 6 van de wet welzijn moet iedere werknemer tevens
naar vermogen medewerken aan het stressvoorkomingsbeleid op het werk.
HOOFDSTUK
V. - Slotbepaling.
Art.
9. Deze overeenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur.
Zij kan op verzoek van de meest gerede ondertekenende partij worden
herzien of beëindigd, mits een opzeggingstermijn van zes maanden wordt in acht
genomen.
De organisatie die het initiatief tot herziening of opzegging neemt,
moet de redenen ervan aangeven en amendementsvoorstellen indienen. De andere
organisaties verbinden er zich toe deze binnen een maand na ontvangst ervan in
de Nationale Arbeidsraad te bespreken.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juni
1999.
(Voor het KB, zie %%1999-06-21/33%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Aanhef
Gelet
op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten
en de paritaire comités;
Gelet op de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van
het bedrijfsleven, inzonderheid op artikel 15;
Gelet op de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn
van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
Gelet op het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende
het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk,
het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de Interne Dienst voor
Preventie en Bescherming op het Werk en het koninklijk besluit van 27 maart 1998
betreffende de Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk;
Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart
1972 houdende ordening van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale
akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden,
inzonderheid op artikel 10;
Gelet op het interprofessioneel akkoord van 8 december 1998,
gesloten voor de periode 1999-2000;
Overwegende dat de sociale partners zich in dat akkoord hebben
voorgenomen een collectieve arbeidsovereenkomst te sluiten die de integratie van
het stressbeleid op ondernemingsvlak in het algemeen preventiebeleid beoogt;
Hebben navolgende interprofessionele organisaties van
werkgevers en van werknemers :
- het Verbond van Belgische Ondernemingen,
- de nationale middenstandsorganisaties erkend overeenkomstig
de wetten betreffende de organisatie van de Middenstand, gecoördineerd op 28
mei 1979,
- de Belgische Boerenbond,
- "la Fédération nationale des Unions professionnelles
agricoles",
- "l'Alliance agricole belge",
- het Algemeen Christelijk Vakverbond van België,
- het Algemeen Belgisch Vakverbond,
- de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België,
in de Nationale Arbeidsraad op 30 maart 1999 navolgende
collectieve arbeidsovereenkomst gesloten.