Definitief voorontwerp van KB
|
ROYAUME DE BELGIQUE __________
SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI, TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE __________ |
KONINKRIJK BELGIE __________
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ___________ |
|
Arrêté royal relatif à la protection des travailleurs contre la fumée de tabac. (1) |
Koninklijk besluit betreffende de bescherming van werknemers tegen tabaksrook. (1) |
|
ALBERT II, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. |
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, onze Groet. |
|
Vu la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l’exécution de leur travail, notamment l’article 2, § 3, et l’article 4, § 1er, modifié par les lois des 7 avril 1999 et 11 juin 2002 ; |
Gelet op de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, inzonderheid op artikel 2, § 3, en op artikel 4, § 1, gewijzigd bij de wetten van 7 april 1999 en 11 juni 2002; |
|
Vu le Règlement général pour la protection du travail, approuvé par les arrêtés du Régent des 11 février 1946 et 27 septembre 1947, notamment l’article 55, remplacé par l’arrêté royal du 21 avril 1975, et l’article 148decies 2.2bis, inséré par l’arrêté royal du 31 mars 1993 ; |
Gelet op het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming, goedgekeurd bij de besluiten van de Regent van 11 februari 1946 en 27 september 1947, inzonderheid op artikel 55, vervangen bij koninklijk besluit van 21 april 1975, en op artikel 148 decies 2.2 bis, ingevoegd bij koninklijk besluit van 31 maart 1993; |
|
Vu l’avis du Conseil supérieur pour la Prévention et la Protection au travail, donné le… ; |
Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, gegeven op… ; |
|
Vu l’avis de l’Inspecteur de Finances, donné le 22 janvier 2004, |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 22 januari 2004, |
|
Vu l’avis n°….du Conseil d’Etat, donné le… ; |
Gelet op het advies nr. van de Raad van State, gegeven op…, |
|
Sur la proposition de Notre Ministre de l’Emploi et de Notre Secrétaire d’Etat à l’Organisation du travail et au Bien-être au travail, |
Op voorstel van Onze Minister van Werk en van Onze Staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het Werk, |
|
Nous avons arrêté et arrêtons: |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij: |
|
Section 1. Champ d’application et définitions |
Afdeling 1. Toepassingsgebied en definities |
|
Article 1er.- Le présent arrêté s’applique aux employeurs et aux travailleurs, ainsi qu’aux personnes y assimilées, visés à l’article 2, § 1er, 1°, a) à d) et 2°, de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l’exécution de leur travail. |
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en de werknemers en de daarmee gelijkgestelde personen, bedoeld in artikel 2, § 1, 1°, a) tot d) en 2°, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. |
|
Art. 2.- Pour l’application des dispositions du présent arrêté, on entend par : |
Art. 2.- Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit, wordt verstaan onder: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Section 2. Dispositions générales |
Afdeling 2. Algemene bepalingen |
|
Art. 3.- L’employeur est tenu de maintenir des conditions atmosphériques ou climatiques convenables dans tous les locaux de travail. |
Art. 3.-De werkgever is ertoe gehouden in alle werklokalen een behoorlijke lucht- of klimaatregeling in stand te houden. |
|
L’ambiance des locaux de travail ne peut être troublée par l’influence des facteurs nocifs suivants : |
Het arbeidsklimaat in de werklokalen mag niet verstoord worden door de invloed van de volgende schadelijke factoren: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Section 3. Dispositions spécifiques relatives au droit de disposer d’un local de travail et d’équipements sociaux exempts de fumée de tabac |
Afdeling 3. Bijzondere bepalingen betreffende het recht te beschikken over een werklokaal en sociale voorzieningen vrij van tabaksrook |
|
Art. 4.- Tout travailleur a le droit de disposer d’un local de travail et d’équipements sociaux, exempts de fumée de tabac. |
Art. 4.-: Elke werknemer heeft het recht te beschikken over een werklokaal en sociale voorzieningen, vrij van tabaksrook. |
|
Art. 5.- Pour garantir le droit, visé à l’article 4, l’employeur applique la mesure suivante: interdiction de fumer dans tous les locaux de travail, assortie, le cas échéant, après avis préalable du comité, de la possibilité de fumer dans des locaux non destinés au travail, efficacement ventilés. |
Art. 5. Om het recht, bedoeld in artikel 4, te waarborgen, past de werkgever de volgende maatregel toe: verbod te roken in alle werklokalen met, in voorkomend geval, na voorafgaand advies van het comité, mogelijkheid voor de rokers om te roken in lokalen die niet bestemd zijn voor het werk, die afdoende verlucht worden. |
|
Art. 6.- L’employeur s’assure que les personnes amenées à entrer dans l’entreprise, comme des clients, des fournisseurs, des prestataires de services, des visiteurs, respectent les mesures appliquées dans l’entreprise en vertu du présent arrêté. |
Art. 6.- De werkgever zorgt er voor dat de personen die in de onderneming moeten zijn, zoals klanten, leveranciers, dienstverleners en bezoekers, de maatregelen naleven die van toepassing zijn in de onderneming in uitvoering van dit besluit. |
|
Art. 7.- Dans tous les lieux fermés où sont présentées à la consommation des denrées alimentaires et/ou des boissons et où il est autorisé de fumer, en application de l’article 2, § 2, et de l’article 3, § 1er de l’arrêté royal du 15 mai 1990 portant interdiction de fumer dans certains lieux publics, l’employeur avertit avant leur engagement les travailleurs qui seront amenés à y exercer une activité, qu’ils seront susceptibles d’être exposés à la fumée de tabac : |
Art. 7. - In alle gesloten ruimten waar voedingswaren en/of dranken voor verbruik aangeboden worden en waar het toegelaten is te roken, in toepassing van artikel 2, § 2, en van artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit van 15 mei 1990 houdende verbod te roken op bepaalde openbare plaatsen, licht de werkgever de werknemers in vooraleer zij hun activiteiten aanvatten dat zij mogelijk blootgesteld worden aan tabaksrook. |
|
Section 4. Dispositions transitoires et abrogatoires |
Afdeling 4. Overgangs- en opheffingsbepalingen. |
|
Art. 8.- § 1er. Jusqu’à la date d’entrée en vigueur des articles 4 et 5 du présent arrêté, l’employeur met en place une politique globale de restriction de l’usage du tabac dans les locaux de travail, dans le cadre du système dynamique de gestion des risques. |
Art. 8.- § 1. Tot de datum van inwerkingtreding van de artikelen 4 en 5 van dit besluit, voert de werkgever, in het kader van het dynamisch risicobeheersingssysteem, een algemeen beleid in om het gebruik van tabak in de werklokalen in te perken . |
|
§ 2. La politique globale de restriction de l’usage du tabac dans les locaux de travail, visée au § 1er : |
§ 2. Het algemeen beleid om het gebruik van tabak in de werklokalen in te perken, bedoeld in §1,: : |
|
1° vise à organiser des actions de sensibilisation et d’information portant sur les dangers liés au tabagisme actif et passif, à développer des programmes d’aide directe pour arrêter de fumer, et à fournir de l’information aux travailleurs sur les institutions spécialisées dans ces domaines ; |
1° beoogt de organisatie van de sensibiliserings- en informatieacties die gesteund zijn op de gevaren verbonden aan het actief en passief roken, de ontwikkeling van programma’s voor rechtstreekse bijstand bij het stoppen van roken en het verstrekken van informatie aan de werknemers over de gespecialiseerde instellingen op dat vlak; |
|
2° fixe les mesures nécessaires pour restreindre l’usage du tabac dans les locaux de travail, ainsi que leurs modalités d’application, et prend, si nécessaire, les dispositions matérielles complémentaires afin d’éliminer les nuisances dues à la fumée de tabac dans l’air ambiant ; |
2° legt de maatregelen alsook de toepassingsmodaliteiten vast nodig om het tabaksgebruik in de werklokalen te beperken; en zo nodig de te nemen bijkomende materiële maatregelen om hinder te wijten aan omgevingstabaksrook uit te schakelen; |
|
3° est portée à la connaissance de tous les travailleurs. |
3° wordt ter kennis gebracht van alle werknemers. |
|
Art. 9.- L’article 55, alinéas 1 et 2, du Règlement général pour la protection du travail, approuvé par les arrêtés du Régent des 11 février 1946 et 27 septembre 1947, remplacé par l’arrêté royal du 21 avril 1975, est abrogé. |
Art. 9.- Artikel 55, leden 1 en 2, van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, goedgekeurd bij de besluiten van de Regent van 11 februari 1946 en 27 september 1947, vervangen bij koninklijk besluit van 21 april 1975, wordt opgeheven. |
|
Art. 10.- L’article 148decies 2.2bis du même règlement, inséré par l’arrêté royal du 31 mars 1993, est abrogé. |
Art. 10.- Artikel 148 decies 2.2 bis van hetzelfde reglement, ingevoegd bij koninklijk besluit van 31 maart 1993, wordt opgeheven. |
|
Section 5. Dispositions finales |
Afdeling 5: Slotbepalingen |
|
Art. 11.- Les dispositions des articles 1 à 10 constituent la section 2 du chapitre I du titre III du Code sur le bien-être au travail avec les intitulés suivants : |
Art. 11.- De bepalingen van de artikelen 1 tot 10 vormen afdeling 2 van hoofdstuk I van titel III van de Codex over het welzijn op het werk met de volgende titels : |
|
|
|
|
|
|
|
Art. 12.- Le présent arrêté entre en vigueur le 1er jour du mois qui suit celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge, à l’exception des articles 4 et 5 qui entrent en vigueur le 1er janvier 2006. |
Art. 12.- Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na die waarin het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 4 en 5 die in werking treden op 1 januari 2006. |
|
Art. 13.- Notre Ministre de l’Emploi et Notre Secrétaire d’Etat à l’Organisation du travail et au Bien-être au travail sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l’exécution du présent arrêté. |
Art. 13.- Onze Minister van Werk en Onze Staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk zijn belast , ieder wat hem betreft, met de uitvoering van dit besluit. |
|
Donné à
|
Gegeven op |
|
Par le Roi: Le Ministre de l'Emploi, |
Van Koningswege: De Minister van Werk, |
|
F. VANDENBROUCKE |
|
|
La Secrétaire d’Etat à l’Organisation du travail et au Bien-être au travail,
|
De Staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk |
|
K. VAN BREMPT |
|
|
(1) Références au Moniteur belge: |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad: |
|
Loi du 4 août 1996, |
Wet van 4 augustus 1996 |
|
Loi du 7 avril 1999, |
Wet van 7 april 1999, |
|
Loi du 11 juin 2002, |
Wet van 11 juni 2002, |
|
Arrêté du Régent du 11 février 1946, |
Besluit van de Regent van 11 februari 1946, |
|
Arrêté du Régent du 27 septembre 1947, |
Besluit van de Regent van 27 september 1947, |
|
Arrêté royal du 21 avril 1975, |
Koninklijk besljuit van 21 april 1975, |
|
Arrêté royal du 31 mars 1993, |
Koninklijk besluit van 31 maart 1993, |