9 JANUARI 1991. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaraan gesloten plaatsen moeten voldoen, waar voedingsmiddelen en/of dranken ter consumptie worden aangeboden en waar mag gerookt worden.

Bron : VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
Publicatie : 22-01-1991
Inwerkingtreding : 01-05-1991
Dossiernummer : 1991-01-09/31

 

 

Tekst

Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de gesloten plaatsen, bedoeld in artikel 3, § 2 van het koninklijk besluit van 15 mei 1990 tot het verbieden van het roken in bepaalde openbare plaatsen, waar voedingsmiddelen en/of dranken ter consumptie worden aangeboden en waar effectief mag gerookt worden. Wanneer het rokers- en het niet-rokersgedeelte van die plaatsen rechtstreeks met elkaar in verbinding staan zijn de bepalingen van toepassing op de totale oppervlakte van het rokers- en van het niet-rokersgedeelte.
  Art. 2. In de in artikel 1 bedoelde plaatsen moet een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem geïnstalleerd zijn dat zodanig kan werken, dat het minimale verversings- of zuiveringsdebiet van de in deze plaats aanwezige lucht, uitgedrukt in kubieke meter lucht per uur, ten minste gelijk is aan :

  O X 15

  waar O = de totale oppervlakte in vierkante meter van de plaats, afgerond op de hogere eenheid.
  Het aldus bekomen luchtverversings- of zuiveringsdebiet wordt afgerond naar het lagere honderdtal.
  Voor de berekening van het luchtverversings- of zuiveringsdebiet worden in de totale oppervlakte van de plaats begrepen :
  - de volledige oppervlakte van de plaats die voor het verbruik dient, de eventuele dansvloer inbegrepen;
  - de oppervlakte van en achter de toonbank of bar.
  Voor deze berekening worden in de totale oppervlakte van de plaats niet begrepen :
  - de plaatsen die normaal niet voor het publiek toegankelijk zijn, zoals keukens, bergingen;
  - tussenruimten, trappen en andere gedeelten van de plaatsen, die normaal niet voor het verbruik dienen.
  Art. 3. Voor de berekening van het luchtverversings- of zuiveringsdebiet mogen de debieten van de verschillende toestellen opgeteld worden.
  Voor de toepassing van dit besluit worden toestellen, die de lucht zuiveren door middel van een filter of van een electrostatische of ionisatiefilter, als luchtverversingstoestel beschouwd.
  Art. 4. § 1. De toestellen moeten zodanig geplaatst worden, dat :
  1° zij een maximaal verversings- of zuiveringsrendement hebben;
  2° dat geluids- en tochthinder voor de verbruikers vermeden wordt;
  3° dat het aanzuigen van onzuivere lucht uit schoorstenen, keukens of andere bronnen vermeden wordt.
  § 2. De toestellen moeten voorzien zijn van een vermelding, die het potentieel debiet per uur vermeldt. Deze vermelding mag voorkomen op de gebruiksaanwijzing of op een ander bericht, op voorwaarde dat deze in het lokaal aanwezig is.
  Art. 5. De toestellen moeten zodanig gebruikt en onderhouden worden, dat ten allen tijde een maximaal rendement kan bekomen worden.
  Zij moeten in werking zijn wanneer er zich verbruikers in de plaatsen bedoeld in artikel 1 bevinden.
  Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 mei 1991.

 

Aanhef

   De Minister van Sociale Zaken,
   De Staatssecretaris voor Volksgezondheid,
   Gelet op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten, gewijzigd door de wet van 22 maart 1989, inzonderheid op artikel 7, § 3;
   Gelet op het koninklijk besluit van 15 mei 1990 tot het verbieden van het roken in bepaalde openbare plaatsen, inzonderheid op artikel 5, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 januari 1991;
   .....
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
   Overwegende dat de dringende noodzaak gerechtvaardigd is, doordat ten laatste op 1 mei 1991 de installaties, voorzien in § 2 van artikel 3 van het voormelde koninklijk besluit van 15 mei 1990, moeten functioneren en dat een redelijke termijn moet gegeven worden aan de betrokken inrichtingen om zich aan de nieuwe normen aan te passen.
   .....