Publicatie : 2005-11-29 |
|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING |
(1) Zie ook Belgisch Staatsblad van 10 november 2004, editie 4, bladzijde 75791.
(2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap/ het Vlaamse Gewest van 14 oktober
2005 (Belgisch Staatsblad van 31 oktober 2005).
Decreet van de Franse Gemeenschap van 12 mei 2004 (Belgisch Staatsblad van 4
juni 2004 (Ed. 2)).
Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 21 maart 2005 (Belgisch Staatsblad
van 28 april 2005).
Decreet van het Waalse Gewest van 23 juni 2005 (Belgisch Staatsblad van 29 juni
2005).
Decreet van het Waalse Gewest van 23 juni 2005 (Belgisch Staatsblad van 30 juni
2005).
Ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 3 maart 2005 (Belgisch
Staatsblad van 22 maart 2005 (Ed. 2)).
Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 23 juni 2005
(Belgisch Staatsblad van 2 september 2005).
Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake de bestrijding van
het tabaksgebruik
Preambule
De Partijen bij deze Overeenkomst,
Vastbesloten prioriteit te verlenen aan hun recht de volksgezondheid te
beschermen,
Erkennend dat de verspreiding van de tabaksepidemie een mondiaal probleem is met
ernstige gevolgen voor de volksgezondheid dat vraagt om een zo breed mogelijke
internationale samenwerking en de participatie van alle landen voor een
doeltreffende, passende en allesomvattende internationale actie,
Uitdrukking gevend aan de bezorgdheid van de internationale gemeenschap over de
verwoestende wereldwijde gezondheidseffecten en sociale, economische en
milieugevolgen van tabaksconsumptie en blootstelling aan tabaksrook,
Ernstig bezorgd over de toename van de wereldwijde consumptie en vervaardiging
van sigaretten en andere tabaksproducten, in het bijzonder in
ontwikkelingslanden, alsmede over de last die deze betekenen voor de gezinnen,
de armen en de systemen voor de nationale gezondheidszorg,
Erkennend dat wetenschappelijk bewijs onomkeerbaar heeft aangetoond dat
tabaksconsumptie en blootstelling aan tabaksrook dood, ziekte en
arbeidsongeschiktheid veroorzaken, en dat er geruime tijd ligt tussen de
blootstelling aan roken en andere gebruikswijzen van tabaksproducten en het
ontstaan van tabaksgerelateerde ziekten,
Tevens erkennend dat sigaretten en sommige andere producten, die tabak bevatten,
zeer gesofisticeerde producten zijn en zodanig bewerkt zijn om verslaving te
bewerkstelligen en in stand te houden, en dat veel van de stoffen die zij
bevatten en de rook die erdoor wordt geproduceerd, farmacologisch actief,
giftig, mutageen en carcinogeen zijn, en dat tabaksverslaving in belangrijke
internationale ziekteclassificatiesystemen als een afzonderlijke stoornis is
opgenomen,
Erkennend dat wetenschappelijk duidelijk is aangetoond dat prenatale
blootstelling aan tabaksrook schadelijk is voor de gezondheid en ontwikkeling
van kinderen,
Ernstig bezorgd over de wereldwijde toename van het gebruik van sigaretten en
andere vormen van tabaksconsumptie door kinderen en jongeren, in het bijzonder
door het feit dat deze roken op steeds jongere leeftijd,
Verontrust door de wereldwijde toename van roken en andere vormen van
tabaksconsumptie door vrouwen en meisjes en indachtig de noodzaak van volledige
participatie van vrouwen op alle niveaus van beleidsvorming en -implementatie en
de behoefte aan genderspecifieke strategieën voor tabaksbeheersing,
Diep bezorgd over de hoge vlucht die roken en andere vormen van tabaksconsumptie
hebben genomen onder inheemse volkeren,
Ernstig bezorgd over de effecten van alle vormen van reclame, promotie en
sponsoring gericht op het aanmoedigen van het gebruik van tabaksproducten,
Erkennend dat samenwerking nodig is om alle vormen van illegale handel in
sigaretten en andere tabaksproducten, met inbegrip van smokkel, illegale
vervaardiging en imitatie, te bannen,
Erkennend dat voor tabaksbeheersing op alle niveaus en in het bijzonder in
ontwikkelingslanden en in landen met een overgangseconomie voldoende financiële
en technische middelen nodig zijn die toegespitst zijn op de huidige en
verwachte behoefte aan activiteiten op het gebied van tabaksbeheersing,
De noodzaak erkennend geschikte mechanismen te ontwikkelen om in te spelen op de
sociaal-economische gevolgen op lange termijn van succesvolle strategieën voor
het terugdringen van de vraag naar tabak,
Indachtig de sociaal-economische problemen die programma's voor tabaksbeheersing
op middellange en lange termijn kunnen veroorzaken in sommige
ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, en hun behoefte
erkennend aan technische en financiële bijstand in het kader van nationaal
ontwikkelde strategieën van duurzame ontwikkeling,
Zich bewust van het waardevolle werk dat door vele staten wordt verricht op het
gebied van tabaksbeheersing, en met lof voor de voortrekkersrol van de
Wereldgezondheidsorganisatie alsmede de inspanningen van andere organisaties en
instanties van de Verenigde Naties en andere internationale en regionale
intergouvernementele organisaties bij de ontwikkeling van maatregelen voor
tabaksbeheersing,
De bijzondere bijdrage benadrukkend van niet-gouvernementele organisaties en
andere maatschappelijke geledingen die niet aan de tabaksindustrie gelinkt
worden, waaronder gezondheidsinstanties, vrouwen-, jongeren-, milieu- en
consumentengroeperingen, en universitaire en gezondheidszorginstanties, aan
nationale en internationale inspanningen op het gebied van tabaksbeheersing en
het vitale belang van hun deelname aan nationale en internationale op
tabaksbeheersing gerichte inspanningen,
De noodzaak erkennend waakzaam te zijn ten aanzien van pogingen van de
tabaksindustrie om inspanningen ten behoeve van tabaksbeheersing te ondermijnen
of te ontkrachten en de noodzaak op de hoogte te zijn van activiteiten met
negatieve gevolgen voor de tabaksindustrie,
In herinnering roepend artikel 12 van het Internationaal Convenant inzake
economische, sociale en culturele rechten, aangenomen door de Algemene
Vergadering van de Verenigde Naties op 16 december 1966, waarin wordt verklaard
dat eenieder recht heeft op het genot van het hoogst haalbare niveau van
lichamelijke en geestelijke gezondheid,
Mede in herinnering roepend de preambule van het Statuut van de
Wereldgezondheidsorganisatie, waarin wordt verklaard dat het genot van het
hoogst haalbare niveau van gezondheid één van de grondrechten van ieder mens
is, zonder onderscheid van ras, godsdienst, politieke overtuiging, economische
of sociale omstandigheden,
Vastbesloten maatregelen voor tabaksbeheersing te bevorderen die zijn gebaseerd
op actuele en relevante wetenschappelijke, technische en economische
overwegingen,
In herinnering roepend dat in de Overeenkomst inzake het bannen van alle vormen
van discriminatie van vrouwen, door de Algemene Vergadering van de Verenigde
Naties aangenomen op 18 december 1979, wordt bepaald dat de staten die partij
bij deze Overeenkomst zijn passende maatregelen moeten nemen om discriminatie
van vrouwen op het terrein van de gezondheidszorg te bannen.
Voorts in herinnering brengend dat in de Overeenkomst inzake de rechten van het
kind, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20
november 1989, wordt bepaald dat de staten die partij bij deze overeenkomst zijn
het recht van het kind op het genot van het hoogst haalbare niveau van
gezondheid erkennen,
zijn het volgende overeengekomen :
DEEL I. - INLEIDING
Artikel 1
Gebruik van de termen
Voor de toepassing van deze Overeenkomst :
a) Wordt verstaan onder « illegale handel », alle handelingen of gedragingen
die bij wet verboden zijn en betrekking hebben op vervaardiging, verzending,
ontvangst, bezit, distributie, verkoop of aankoop, met inbegrip van handelingen
of gedragingen ten behoeve van het bevorderen van deze activiteiten;
b) Wordt verstaan onder « regionale organisatie voor economische integratie »,
een organisatie bestaande uit meerdere soevereine staten, waaraan de staten die
daar lid van zijn de bevoegdheid over een aantal aangelegenheden hebben
overgedragen, met inbegrip van de bevoegdheid om voor de lidstaten ten aanzien
van die aangelegenheden bindende besluiten te nemen ( 1 );
c) Wordt verstaan onder « tabaksreclame en -promotie », elke vorm van commerciële
communicatie, aanbeveling of handeling met het doel, het effect of mogelijke
effect dat een tabaksproduct of tabaksgebruik direct of indirect wordt
aangemoedigd;
d) Wordt verstaan onder « tabaksbeheersing », een reeks van strategieën voor
de terugdringing van het aanbod, de vraag en de schade, die erop zijn gericht de
gezondheid van een bevolkingsgroep te verbeteren door hun consumptie van
tabaksproducten en blootstelling aan tabaksrook uit te bannen of te verminderen;
e) Wordt verstaan onder « tabaksindustrie », tabaksfabrikanten,
groothandelaren en invoerders van tabaksproducten.
f) Wordt verstaan onder « tabaksproducten », producten die geheel of ten dele
zijn vervaardigd uit tabaksblad als grondstof, die worden vervaardigd om te
worden gerookt, gepruimd, gekauwd of gesnoven;
g) Wordt verstaan onder « tabakssponsoring », elke vorm van bijdrage aan een
evenement, activiteit of individuele persoon met het doel, het effect of
mogelijke effect dat een tabaksproduct of tabaksgebruik direct of indirect wordt
aangemoedigd.
Artikel 2
Verhouding tussen deze Overeenkomst en andere overeenkomsten en juridische
instrumenten
1. Teneinde de gezondheid van de mens beter te beschermen, worden de Partijen
aangemoedigd maatregelen te nemen die verder gaan dan de bepalingen van deze
Overeenkomst en de protocollen daarbij, en niets in deze instrumenten belet een
Partij strengere eisen op te leggen als die stroken met de bepalingen ervan en
in overeenstemming zijn met het internationale recht.
2. De bepalingen van de Overeenkomst en de protocollen (daarbij) doen geen
enkele afbreuk aan het recht van Partijen bilaterale of multilaterale
overeenkomsten te sluiten, waaronder regionale of subregionale overeenkomsten,
met betrekking tot onderwerpen die samenhangen met de Overeenkomst en de
protocollen daarbij, of deze aanvullen, mits dergelijke overeenkomsten stroken
met de verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst en de protocollen daarbij.
De betrokken Partij meldt dergelijke overeenkomsten via het Secretariaat aan de
Conferentie van de Partijen.
DEEL II. - DOEL, RICHTSNOEREN EN ALGEMENE VERPLICHTINGEN
Artikel 3
Doel
Het doel van deze Overeenkomst en de protocollen daarbij is de huidige en
toekomstige generaties te beschermen tegen de verwoestende effecten op de
gezondheid met nefaste sociale, milieu- en economische gevolgen, door de
tabaksconsumptie en blootstelling aan tabaksrook; derhalve door een kader te
bieden voor maatregelen voor tabaksbeheersing die door de Partijen op nationaal,
regionaal en internationaal niveau moeten worden uitgevoerd om het wijdverbreide
tabaksgebruik en de blootstelling aan tabaksrook permanent en in aanzienlijke
mate te verminderen.
Artikel 4
Richtsnoeren
Teneinde het doel van deze Overeenkomst en de protocollen daarbij, te bereiken
en de bepalingen ervan uit te voeren, worden de volgende Partijen, onder andere,
geleid door hiernavolgende beginselen :
1. Iedereen moet worden geïnformeerd over de gevolgen voor de gezondheid, het
verslavende karakter en de dodelijke bedreiging die uitgaat van tabaksconsumptie
en blootstelling aan tabaksrook en op het aangewezen regeringsniveau moeten
doeltreffende wetgevende, uitvoerende, bestuurlijke of andere maatregelen worden
bestudeerd om iedereen te beschermen tegen blootstelling aan tabaksrook.
2. Teneinde allesomvattende multisectorale maatregelen en een gecoördineerd
optreden te ontwikkelen en te ondersteunen is op nationaal, regionaal een
internationaal niveau grote politieke betrokkenheid vereist, waarbij het
volgende voor ogen moet worden gehouden :
a) de noodzaak om maatregelen te nemen om iedereen tegen de blootstelling aan
tabaksrook te beschermen;
b) de noodzaak om maatregelen te nemen om te voorkomen dat mensen beginnen te
roken, in welke vorm dan ook, om het stoppen te bevorderen en te ondersteunen,
en de consumptie ervan te verminderen;
c) de noodzaak om maatregelen te nemen ter bevordering van de participatie van
inheemse personen en gemeenschappen aan de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie
van programma's voor tabaksbeheersing die in sociaal-cultureel opzicht bij hun
behoeften en mogelijkheden aansluiten; en
d) de noodzaak maatregelen te nemen om bij de ontwikkeling van strategieën voor
tabaksbeheersing met genderspecifieke risico's rekening te houden.
3. Internationale samenwerking, in het bijzonder de overdracht van technologie,
kennis en financiële bijstand en het bieden van daaraan gerelateerde expertise,
teneinde doeltreffende programma's voor tabaksbeheersing op te zetten en uit te
voeren, rekening houdend met lokale culturele, alsmede sociale, economische,
politieke en juridische factoren, vormt een belangrijk onderdeel van de
Overeenkomst.
4. Allesomvattende multisectorale maatregelen nemen en toepassen teneinde de
consumptie van alle tabaksproducten op nationaal, regionaal en internationaal
niveau terug te dringen; dit is van wezenlijk belang om, in overeenstemming met
de beginselen van volksgezondheid, ziektes, voortijdige arbeidsongeschiktheid en
sterfte, als gevolg van tabaksconsumptie en blootstelling aan tabaksrook, te
voorkomen.
5. Kwesties met betrekking tot aansprakelijkheid, zoals door elke Partij binnen
haar rechtsgebied bepaald, vormen een belangrijk onderdeel van allesomvattende
tabaksbeheersing.
6. Het belang van technische en financiële bijstand om de economische overgang
van tabakstelers en werknemers in ontwikkelingslanden die Partij zijn, alsmede
in Partijen met een overgangseconomie, wier levensonderhoud als gevolg van
programma's voor tabaksbeheersing ernstig in gevaar komt, moet worden onderkend
en in het kader van op nationaal niveau ontwikkelde strategieën voor duurzame
ontwikkeling moet naar een oplossing hiervoor worden gezocht.
7. De participatie van het maatschappelijk middenveld is van wezenlijk belang
voor de verwezenlijking van het doel van de Overeenkomst en de protocollen
daarbij.
Artikel 5
Algemene verplichtingen
1. Elke Partij ontwikkelt in overeenstemming met deze Overeenkomst en met de
protocollen waarbij zij betrokken is, allesomvattende multisectorale nationale
strategieën voor tabaksbeheersing, voert deze uit, actualiseert en herziet deze
strategieën periodiek.
2. Teneinde dit doel te bereiken gaat elke Partij, overeenkomstig haar
capaciteiten, over tot :
a) instelling of versterking en financiering van een nationaal coördinatiemechanisme
of van aanspreekpunten voor tabaksbeheersing, en
b) aanneming en uitvoering van doeltreffende wetgevende, uitvoerende,
bestuurlijke en/of andere maatregelen en, naargelang het geval, samenwerking met
andere Partijen bij de ontwikkeling van passend beleid ter preventie en
terugdringen van de tabaksconsumptie, nicotineverslaving en blootstelling aan
tabaksrook.
3. Bij de vaststelling en uitvoering van hun volksgezondheidsbeleid met
betrekking tot tabaksbeheersing, nemen de Partijen in overeenstemming met het
nationaal recht maatregelen om dit beleid te beschermen tegen commerciële en
andere gevestigde belangen van de tabaksindustrie.
4. De Partijen werken samen met het oog op het formuleren van voorgestelde
maatregelen, procedures en richtlijnen voor de uitvoering van de Overeenkomst en
van de protocollen waarbij zij partij zijn.
5. De Partijen werken samen, met bevoegde internationale en regionale
intergouvernementele organisaties en andere instanties om de doelstellingen van
de Overeenkomst en van de protocollen waarbij zij partij zijn, te
verwezenlijken.
6. Binnen de hun ter beschikking staande middelen werken de Partijen samen om
via bilaterale en multilaterale mechanismen voor fondsenwerving financiële
middelen te verwerven voor een doeltreffende uitvoering van de Overeenkomst.
DEEL III. - MAATREGELEN
MET BETREKKING TOT DE TERUGDRINGING VAN DE VRAAG NAAR TABAK
Artikel 6
Prijs- en belastingmaatregelen om de vraag naar tabak terug te dringen
1. De Partijen erkennen dat prijs- en belastingmaatregelen een doeltreffend en
belangrijk instrument kunnen zijn om de tabaksconsumptie bij de diverse
geledingen van de bevolking, in het bijzonder bij de jongeren, terug te dringen.
2. Zonder afbreuk te doen aan het soevereine recht van de Partijen om hun eigen
belastingbeleid te bepalen en vast te stellen, moet elke Partij rekening houden
met de nationale gezondheidsdoelen betreffende tabaksbeheersing en, naargelang
het geval, maatregelen aannemen of handhaven, zoals :
a) het uitvoeren van het belastingbeleid en, waar passend, prijsbeleid inzake
tabaksproducten, zodanig dat een bijdrage wordt geleverd aan de
gezondheidsdoelen gericht op het terugdringen van de tabaksconsumptie; en
b) het verbieden of beperken, naargelang van het geval, van de verkoop aan en/of
de invoer door internationale reizigers van belasting- en accijnsvrije
tabaksproducten.
3. In hun periodieke verslagen aan de Conferentie van de Partijen, in
overeenstemming met artikel 21, verstrekken de Partijen de belastingtarieven
voor tabaksproducten en trends in de tabaksconsumptie.
Artikel 7
Andere dan prijsmaatregelen om de vraag naar tabak terug te dringen
De Partijen erkennen dat allesomvattende maatregelen die geen verband houden met
de prijs, een doeltreffend en belangrijk instrument zijn voor het terugdringen
van de tabaksconsumptie. Elke Partij neemt doeltreffende wetgevende,
uitvoerende, bestuurlijke of andere maatregelen die nodig zijn voor de naleving
van haar verplichtingen ingevolge de artikelen 8 tot en met 13, met als doel ze
te laten uitvoeren, en werkt, naargelang het geval, bij de uitvoering van deze
maatregelen rechtstreeks of via bevoegde internationale instanties met de andere
Partijen samen. De Conferentie van de Partijen stelt passende richtlijnen voor
betreffende de uitvoering van de bepalingen van deze artikelen.
Artikel 8
Bescherming tegen de blootstelling aan tabaksrook
1. De Partijen erkennen dat wetenschappelijk bewijs heeft aangetoond dat
blootstelling aan tabaksrook leidt tot dood, ziekte en arbeidsongeschiktheid.
2. Elke Partij neemt binnen de bestaande nationale rechtsbevoegdheid zoals
bepaald in het nationaal recht doeltreffende wetgevende, uitvoerende,
bestuurlijke en/of andere maatregelen aan, voert deze uit, en bevordert deze
maatregelen op andere niveaus van rechtsbevoegdheid. Deze doeltreffende
maatregelen dienen te voorzien in bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook
op binnen gebouwen gelegen werkruimtes, het openbaar vervoer, binnen openbare
gebouwen en, naargelang het geval, op andere openbare plaatsen.
Artikel 9
Reglementering van de inhoud van tabaksproducten
De Conferentie van de Partijen doet, in overleg met bevoegde internationale
instanties, voorstellen voor richtlijnen ten behoeve van het testen en meten van
de inhoud en emissies van tabaksproducten, en voor de regulering van deze inhoud
en emissies. Elke Partij neemt, wanneer goedgekeurd door bevoegde nationale
autoriteiten, doeltreffende wetgevende, uitvoerende en bestuurlijke of andere
doeltreffende maatregelen, en voert deze uit, ten behoeve van deze tests en
metingen, en ten behoeve van genoemde reglementering.
Artikel 10
Reglementering van vermeldingen op tabaksproducten
Elke Partij neemt, in overeenstemming met haar nationaal recht, doeltreffende
wetgevende, uitvoerende, bestuurlijke of andere doeltreffende maatregelen aan,
en voert deze uit, waarmee fabrikanten en invoerders van tabaksproducten worden
verplicht aan de regeringsautoriteiten informatie bekend te maken met betrekking
tot de inhoud en emissies van tabaksproducten. Elke Partij neemt voorts
doeltreffende maatregelen aan, en voert deze uit, voor de bekendmaking aan het
publiek van de giftige ingrediënten van de tabaksproducten en de emissies die
deze producten kunnen produceren.
Artikel 11
Verpakking en etikettering van tabaksproducten
1. Elke Partij neemt, binnen een tijdvak van drie jaar na de inwerkingtreding
van deze Overeenkomst ten aanzien van die Partij, in overeenstemming met haar
nationaal recht, doeltreffende maatregelen aan, en voert deze uit, om te
waarborgen dat :
a) de verpakking en etikettering van tabaksproducten op geen enkele wijze het
gebruik van tabaksproducten bevordert met gebruikmaking van onjuiste,
misleidende of bedrieglijke middelen of op zodanige wijze dat een verkeerde
indruk wordt gewekt ten aanzien van de kenmerken, gevolgen voor de gezondheid,
gevaren of emissies, met inbegrip van woordgebruik, omschrijvingen,
handelsmerken, of figuratieve of andere tekens die direct of indirect de valse
indruk wekken dat een bepaald tabaksproduct minder schadelijk is dan andere
tabaksproducten. Hierbij kan het gaan om termen als « laag teergehalte », «
light », « ultra-light » of « mild »; en
b) elk pakje of elke slof tabaksproducten en alle verpakkingen en etiketten van
deze producten eveneens worden voorzien van waarschuwingen voor de gezondheid
waarin de schadelijke effecten van tabaksgebruik worden vermeld, en andere
relevante boodschappen. Deze waarschuwingen en boodschappen :
i) moeten door de bevoegde nationale autoriteiten worden goedgekeurd,
ii) moeten op alle zijden van de verpakking worden aangebracht,
iii) moeten groot, duidelijk, zichtbaar en leesbaar zijn,
iv) zouden bij voorkeur 50 % of meer van de belangrijkste etiketruimte moeten
uitmaken, maar moeten ten minste 30 % daarvan beslaan,
v) mogen worden aangebracht in de vorm van afbeeldingen of pictogrammen, of
mogen deze omvatten.
2. Elk pakje en elke slof tabaksproducten en alle verpakkingen en etiketten van
deze producten moeten, naast de in het eerste lid, onderdeel b, van dit artikel
bedoelde waarschuwingen, informatie bevatten ten aanzien van de ingrediënten en
relevante emissies van tabaksproducten zoals gedefinieerd door de nationale
autoriteiten.
3. Elke Partij verlangt dat de in het eerste lid, onderdeel b, en in het tweede
lid van dit artikel bedoelde informatie en de waarschuwingen op elk pakje en op
elke slof tabaksproducten en op alle verpakkingen en etiketten van deze
producten wordt aangebracht in haar belangrijkste taal of talen.
4. Voor de toepassing van dit artikel is het begrip « verpakking en etiket »
met betrekking tot tabaksproducten van toepassing op alle verpakkingen en
etiketten die in de detailhandel voor het product worden gebruikt.
Artikel 12
Educatie, communicatie, training en publieksvoorlichting
Elke Partij bevordert en versterkt de publieksvoorlichting op het gebied van
tabaksbeheersingskwesties; hierbij gebruikt zij alle beschikbare, geschikte
communicatiemiddelen. Om dit te bereiken neemt elke Partij doeltreffende
wetgevende, uitvoerende, bestuurlijke of andere maatregelen, en voert deze uit,
ter bevordering van :
a) een brede toegang tot doeltreffende en allesomvattende educatie- en
publieksvoorlichtingsprogramma's met betrekking tot de gezondheidsrisico's,
waaronder de verslavende kenmerken van tabaksconsumptie en blootstelling aan
tabaksrook;
b) publieksvoorlichting met betrekking tot de gezondheidsrisico's van
tabaksconsumptie en de blootstelling aan tabaksrook, en met betrekking tot de
voordelen van het stoppen met tabaksgebruik en een leven zonder tabak als
voorgeschreven in artikel 14.2;
c) de toegang voor het publiek, in overeenstemming met het nationaal recht, tot
een breed forum aan informatie inzake de tabaksindustrie, in zoverre relevant
voor het doel van deze Overeenkomst;
d) doeltreffende en passende training of bewustwordings- en
voorlichtingsprogramma's met betrekking tot tabaksbeheersing voor mensen die in
de gezondheidszorg werkzaam zijn, maatschappelijk werkers, sociaal werkers,
medewerkers van de media, onderwijzend personeel, beleidsmakers, bestuurders en
andere betrokkenen;
e) de bewustwording en participatie van publieke en private instellingen en
niet-gouvernementele organisaties die niet met de tabaksindustrie nauw verbonden
zijn, met betrekking tot de ontwikkeling en uitvoering van intersectorale
programma's en strategieën voor tabaksbeheersing; en
f) de publieksvoorlichting over en toegang tot informatie met betrekking tot de
schadelijke gevolgen voor gezondheid, economie en milieu van de productie en
consumptie van tabak.
Artikel 13
Tabaksreclame, -promotie en -sponsoring
1. De Partijen erkennen dat een allesomvattend verbod op reclame, promotie en
sponsoring de consumptie van tabaksproducten zal terugdringen.
2. Elke Partij gaat, in overeenstemming met haar grondwet of grondwettelijke
beginselen, over tot het verbieden van alle tabaksreclame, -promotie en
-sponsoring. Afhankelijk van de juridische context en technische middelen die de
desbetreffende Partij ter beschikking staan, omvat dit mede een allesomvattend
verbod op grensoverschrijdende publiciteit, promotie en sponsoring die van haar
grondgebied afkomstig is. In dit verband neemt elke Partij, binnen een tijdvak
van vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor die Partij,
passende wetgevende, uitvoerende, bestuurlijke en/of andere maatregelen en
brengt daarvan overeenkomstig artikel 21 verslag uit.
3. Een Partij die ten gevolge van haar grondwet of grondwettelijke beginselen
niet in staat is tot een allesomvattend verbod over te gaan, legt beperkingen op
ten aanzien van alle tabaksreclame, -promotie en -sponsoring. Afhankelijk van de
juridische context en technische middelen die de desbetreffende Partij ter
beschikking staan, omvat dit beperkingen of een allesomvattend verbod op
reclame, promotie en sponsoring die van zijn grondgebied afkomstig is en
grensoverschrijdende effecten heeft. In dit verband neemt elke Partij passende
wetgevende, uitvoerende, bestuurlijke en/of andere maatregelen en brengt daarvan
overeenkomstig artikel 21 verslag uit.
4. Elke Partij is, in overeenstemming met haar grondwet of grondwettelijke
beginselen, ten minste gehouden :
a) alle vormen van tabaksreclame, -promotie en -sponsoring te verbieden die een
tabaksproduct op onjuiste, misleidende of bedrieglijke wijze aanprijzen of
zodanig dat een verkeerde indruk kan ontstaan over de kenmerken, gevolgen voor
de gezondheid, gevaren of emissies ervan;
b) te vereisen dat waarschuwingen voor de gezondheid of andere passende
waarschuwingen of voorlichting worden gegeven bij elke tabaksreclame en, in
voorkomend geval, bij elke tabakspromotie en -sponsoring;
c) het gebruik van directe en/of indirecte aansporingen die de aankoop van
tabaksproducten door het publiek aanmoedigen, te beperken;
d) te verlangen, wanneer geen allesomvattend verbod geldt, dat aan de relevante
regeringsautoriteiten de uitgaven van de tabaksindustrie aan reclame, promotie
en sponsoring die nog niet verboden is, bekend wordt gemaakt. Deze autoriteiten
kunnen, afhankelijk van het nationaal recht, besluiten deze cijfers in
overeenstemming met artikel 21 aan het publiek en aan de Conferentie van de
Partijen beschikbaar te stellen;
e) over te gaan tot een allesomvattend verbod of, indien een Partij als gevolg
van haar grondwet of grondwettelijke beginselen niet in staat is tot een
allesomvattend verbod over te gaan, tabaksreclame, -promotie en -sponsoring via
radio, televisie, gedrukte media en, in voorkomend geval, andere media, zoals
het Internet, binnen een tijdvak van vijf jaar te verbieden, en
f) tabakssponsoring van internationale evenementen, activiteiten en/of van
deelnemers daaraan te verbieden, of indien een Partij als gevolg van haar
grondwet of grondwettelijke beginselen niet in staat is tot een verbod over te
gaan, dit te beperken.
5. De Partijen worden aangemoedigd tot het nemen van maatregelen die de in het
vierde lid bedoelde verplichtingen overschrijden.
6. De Partijen werken samen bij de ontwikkeling van technieken en andere
middelen die nodig zijn om het bannen van grensoverschrijdende reclame te
vergemakkelijken.
7. De Partijen waar een verbod geldt op bepaalde vormen van tabaksreclame,
-promotie en -sponsoring hebben het soevereine recht om die vormen van
grensoverschrijdende tabaksreclame, -promotie en -sponsoring te verbieden die
hun grondgebied binnenkomen en in overeenstemming met hun nationaal recht
vergelijkbare sancties op te leggen als die welke gelden voor nationale reclame,
promotie en sponsoring die van hun grondgebied afkomstig is. In dit lid worden
geen specifieke sancties ondersteund of goedgekeurd.
8. De Partijen overwegen de opstelling van een protocol waarin passende
maatregelen worden neergelegd waarvoor internationale samenwerking vereist is
voor een allesomvattend verbod op grensoverschrijdende reclame, promotie en
sponsoring.
Artikel 14
Maatregelen voor het terugdringen van de vraag
in verband met tabaksverslaving en stoppen met tabaksgebruik
1. Elke Partij ontwikkelt en verspreidt, met inachtname van de nationale
omstandigheden en prioriteiten, passende, op wetenschappelijk bewijs en de beste
technieken gebaseerde allesomvattende en geïntegreerde richtlijnen, en neemt
doeltreffende maatregelen om het stoppen met tabaksgebruik en adequate
behandeling voor tabaksverslaving te bevorderen.
2. Teneinde dit doel te bereiken streeft elke Partij ernaar :
a) doeltreffende programma's op te zetten en uit te voeren gericht op de
bevordering van het stoppen met tabaksgebruik, bij onderwijsinstellingen,
instellingen in de gezondheidszorg, op werksites en op plaatsen waar sport wordt
beoefend;
b) de diagnose en behandeling van tabaksverslaving en hulp bij het stoppen met
tabaksgebruik op te nemen in programma's, plannen en strategieën voor de
volksgezondheid en opvoeding, naargelang het geval, met de participatie van
mensen die in de gezondheidszorg werkzaam zijn, of in de gemeenschappen alsook
maatschappelijke werkers;
c) in de gezondheidszorg en in rehabilitatiecentra programma's in te stellen
voor diagnose, advies, preventie en behandeling van tabaksverslaving; en
d) samen te werken met andere Partijen ter vergemakkelijking van de toegang tot
en betaalbaarheid van de behandeling van tabaksverslaving, met inbegrip van
farmaceutische producten ingevolge artikel 22. Deze producten en hun ingrediënten
kunnen in voorkomend geval geneesmiddelen, producten om geneesmiddelen toe te
dienen en diagnoses bevatten.
DEEL IV. - MAATREGELEN
MET BETREKKING TOT DE TERUGDRINGING VAN HET AANBOD VAN TABAK
Artikel 15
Illegale handel in tabaksproducten
1. De Partijen erkennen dat het weren van alle vormen van illegale handel in
tabaksproducten, waaronder smokkel, illegale vervaardiging en imitatie, en de
ontwikkeling en uitvoering van daarmee samenhangend nationaal recht, naast
subregionale, regionale en mondiale overeenkomsten, essentiële onderdelen van
de tabaksbeheersing zijn.
2. Elke Partij neemt doeltreffende wetgevende, uitvoerende, bestuurlijke of
andere doeltreffende maatregelen aan, en voert deze uit, om te waarborgen dat
alle pakjes en sloffen met tabaksproducten en alle verpakkingen van deze
producten worden gemarkeerd om de Partijen te helpen bij de vaststelling van de
oorsprong van de tabaksproducten en, in overeenstemming met het nationaal recht
en de desbetreffende bilaterale en multilaterale overeenkomsten, de Partijen te
helpen bij het vaststellen van het punt waar de tabaksproducten worden
verduisterd en de bewegingen van tabaksproducten en de juridisch statuut ervan
te volgen, te documenteren en te beheersen. Daarnaast is elke Partij gehouden :
a) te vereisen dat pakjes en sloffen met tabaksproducten voor de detailhandel en
groothandel die op de binnenlandse markt worden verkocht van de volgende
mededeling zijn voorzien : « Verkoop uitsluitend toegestaan in (naam van het
land of van de provinciale, regionale of federale bestuurlijke eenheid) » of
zijn voorzien van een andere doeltreffende, eigen vermelding waaruit de
uiteindelijke bestemming blijkt of die de autoriteiten kan helpen vast te
stellen of het product wettig te koop is op de binnenlandse markt; en
b) waar dienstig, de ontwikkeling van een praktisch tracking en tracingsysteem
te overwegen voor verdere beveiliging van het distributiesysteem en hulp bij het
onderzoek naar illegale handel.
3. Elke Partij verlangt dat de in het tweede lid van dit artikel bedoelde
informatie en vermeldingen op de verpakkingen in een leesbare vorm worden
weergegeven en/of in de belangrijkste taal of talen worden vermeld.
4. Met het oog op het bannen van de illegale handel in tabaksproducten is elke
Partij gehouden :
a) gegevens te controleren en te verzamelen met betrekking tot de
grensoverschrijdende handel in tabaksproducten, met inbegrip van illegale
handel, en op passende wijze, in overeenstemming met het nationaal recht en de
toepasselijke bilaterale of multilaterale overeenkomsten, informatie uit te
wisselen tussen douane-, belasting- en andere autoriteiten;
b) wetgeving vast te stellen of aan te scherpen, met passende sancties en
rechtsmiddelen, tegen de illegale handel in tabaksproducten, met inbegrip van
imitatie- en gesmokkelde sigaretten;
c) passende maatregelen te nemen om te waarborgen dat alle in beslag genomen
apparatuur, imitatie- en gesmokkelde sigaretten en andere tabaksproducten worden
vernietigd, waar mogelijk met gebruikmaking van milieuvriendelijke methoden, of
in overeenstemming met het nationaal recht een andere bestemming krijgen;
d) maatregelen te nemen en uit te voeren voor het volgen, documenteren en
beheersen van de opslag en distributie van tabaksproducten die binnen het
rechtsgebied worden bewaard of verplaatst onder vrijstelling van belasting of
accijns; en
e) passende maatregelen te nemen om de inbeslagneming van de opbrengst van de
illegale handel in tabaksproducten mogelijk te maken.
5. De ingevolge het vierde lid, onderdelen a) en d), van dit artikel verzamelde
informatie wordt, waar dienstig, in overeenstemming met artikel 21, door de
Partijen in hun periodieke verslagen aan de Conferentie van de Partijen
samengevoegd verstrekt.
6. De Partijen bevorderen, op passende wijze en in overeenstemming met het
nationaal recht, de samenwerking tussen nationale instanties, alsmede regionale
en internationale intergouvernementele organisaties ten aanzien van onderzoek,
vervolging en procedures, met het oog op de uitbanning van de illegale handel in
tabaksproducten. In het bijzonder moet de nadruk worden gelegd op samenwerking,
op regionaal en subregionaal niveau teneinde de illegale handel in
tabaksproducten te bestrijden.
7. Elke Partij streeft ernaar andere maatregelen aan te nemen en uit te voeren,
waaronder waar dienstig de instelling van een vergunningenstelsel om de
vervaardiging en distributie van tabaksproducten te beheersen of te
regulariseren teneinde illegale handel te voorkomen.
Artikel 16
Verkopen aan en door minderjarigen
1. Elke Partij neemt op het desbetreffende regeringsniveau doeltreffende
wetgevende, uitvoerende, bestuurlijke of andere maatregelen, en voert deze uit,
om de verkoop van tabaksproducten aan personen jonger dan de in de binnenlandse
of nationale wetgeving vastgestelde leeftijd, of achttien jaar, te verbieden.
Deze maatregelen kunnen de volgende vorm aannemen :
a) vereisen dat alle verkopers van tabaksproducten een duidelijke en opvallende
aanduiding binnen hun verkooppunt plaatsen met betrekking tot het verbod op de
verkoop van tabak aan minderjarigen en, in geval van twijfel, verlangen dat elke
koper van tabaksproducten het bewijs overlegt om aan te tonen dat hij of zij de
daarvoor vereiste leeftijd heeft bereikt;
b) het verbieden van de verkoop van tabaksproducten indien deze direct
toegankelijk zijn, zoals op winkelschappen;
c) het verbieden van de vervaardiging en verkoop van zoetwaren, zoutjes,
speelgoed en andere voorwerpen in de vorm van tabaksproducten die minderjarigen
aanspreken, en
d) ervoor zorg te dragen dat de verkoopautomaten van tabaksproducten binnen haar
rechtsgebied niet toegankelijk zijn voor minderjarigen en deze automaten de
verkoop van tabaksproducten aan minderjarigen niet bevorderen.
2. Elke Partij verbiedt of bevordert het verbieden van de verspreiding van
gratis tabaksproducten aan het publiek, in het bijzonder aan minderjarigen.
3. Elke Partij streeft ernaar de verkoop van sigaretten per stuk of in kleine
pakjes waardoor deze producten voor minderjarigen betaalbaarder worden, te
verbieden.
4. De Partijen erkennen dat de maatregelen ter voorkoming van de verkoop van
tabaksproducten aan minderjarigen, ter vergroting van de doeltreffendheid,
tegelijkertijd moeten worden uitgevoerd in combinatie met andere in deze
Overeenkomst vervatte bepalingen.
5. Bij de ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of
toetreding tot de Overeenkomst of op enig tijdstip daarna, kan een Partij, door
middel van een bindende schriftelijke verklaring, aangeven dat zij zich ertoe
verbindt de invoering van verkoopautomaten van tabaksproducten binnen haar
rechtsgebied te verbieden of, naargelang het geval, verkoopautomaten van
tabaksproducten volledig te verbieden. De ingevolge dit artikel gedane
verklaring wordt door de Depositaris verzonden aan alle Partijen bij de
Overeenkomst.
6. Elke Partij neemt doeltreffende wetgevende, uitvoerende, bestuurlijke of
andere maatregelen aan, en voert deze uit, met inbegrip van sancties tegen
verkopers en leveranciers, om te waarborgen dat de in het eerste tot en met het
vijfde lid van dit artikel vervatte verplichtingen worden nagekomen.
7. Elke Partij neemt doeltreffende wetgevende, uitvoerende, bestuurlijke of
andere maatregelen, en voert deze uit, om de verkoop van tabaksproducten door
personen jonger dan de in de binnenlandse of nationale wetgeving vastgestelde
leeftijd, of achttien jaar, te verbieden.
Artikel 17
Verlenen van steun
aan economisch haalbare alternatieve activiteiten
De Partijen bevorderen, in samenwerking met elkaar en met bevoegde
internationale en regionale intergouvernementele organisaties, naargelang het
geval, economisch haalbare alternatieven voor werknemers in de tabaksindustrie,
tabakstelers en, naargelang het geval, verkopers.
DEEL V. -
MILIEUBESCHERMING
Artikel 18
Bescherming van het milieu en van de volksgezondheid
De Partijen komen overeen bij de nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van
deze Overeenkomst op het terrein van de tabaksteelt en -vervaardiging binnen hun
respectievelijke grondgebieden naar behoren rekening te houden met de
bescherming van het milieu en van de volksgezondheid met betrekking tot het
milieu.
DEEL VI. - KWESTIES MET BETREKKING TOT AANSPRAKELIJKHEID
Artikel 19
Aansprakelijkheid
1. Ten behoeve van de tabaksbestrijding overwegen de Partijen wetgevende
maatregelen te nemen of de handhaving van hun bestaande wetgeving te bevorderen
en, waar nodig, uit te breiden om te voorzien in strafrechtelijke en civiele
aansprakelijkheid, met inbegrip van schadevergoedingsregelingen.
2. De Partijen werken met elkaar samen bij de uitwisseling van informatie via de
Conferentie van de Partijen in overeenstemming met artikel 21, met inbegrip van
:
a) informatie over de gevolgen van de consumptie van tabaksproducten en
blootstelling aan tabaksrook voor de gezondheid in overeenstemming met artikel
20, derde lid, onderdeel a, en
b) informatie over van kracht zijnde wet- en regelgeving alsmede relevante
jurisprudentie.
3. De Partijen verlenen elkaar, waar dienstig, en in onderlinge overeenstemming,
binnen de grenzen van de nationale wetgeving, beleidslijnen, juridische
praktijken en toepasselijke bestaande verdragen, bijstand bij gerechtelijke
procedures inzake burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid, in
overeenstemming met deze Overeenkomst.
4. De Overeenkomst vormt geen beletsel voor of beperking van het recht op
toegang van de Partijen bij de rechtbanken, wanneer een dergelijk recht bestaat.
5. De Conferentie van de Partijen kan, indien mogelijk, in een vroeg stadium,
met inachtname van de werkzaamheden die in relevante internationale instanties
worden verricht, kwesties met betrekking tot aansprakelijkheid bestuderen, met
inbegrip van een passende internationale benadering van deze vraagstukken en, op
verzoek, passende middelen ter ondersteuning van de Partijen bij hun wetgevende
of andere activiteiten in overeenstemming met dit artikel.
DEEL VII. - WETENSCHAPPELIJKE EN TECHNISCHE SAMENWERKING EN VERSTREKKING VAN INFORMATIE
Artikel 20
Onderzoek, toezicht en uitwisseling van informatie
1. De Partijen verplichten zich ertoe nationaal onderzoek te ontwikkelen en te
bevorderen, en onderzoeksprogramma's op regionaal en internationaal niveau op
het terrein van tabaksbestrijding te coördineren. Teneinde dit doel te bereiken
is elke Partij gehouden :
a) rechtstreeks of door middel van bevoegde internationale en regionale
intergouvernementele organisaties en andere instanties onderzoek en
wetenschappelijke beoordelingen te creëren en hierbij samen te werken, en
onderzoek te bevorderen en aan te moedigen dat zich richt op de oorzaken en
gevolgen van tabaksconsumptie en blootstelling aan tabaksrook alsmede onderzoek
te doen naar alternatieve gewassen; en
b) met de steun van de bevoegde internationale en regionale intergouvernementele
en andere instanties, training en ondersteuning voor alle personen die bij
tabaksbestrijdingsactiviteiten betrokken zijn, te bevorderen, met inbegrip van
onderzoek, uitvoering en evaluatie.
2. De Partijen stellen, naargelang het geval, programma's in voor nationaal,
regionaal en mondiaal toezicht op de omvang, patronen, oorzaken en gevolgen van
tabaksconsumptie en blootstelling aan tabaksrook. Teneinde dit doel te bereiken,
dienen de Partijen programma's voor tabakstoezicht op te nemen in nationale,
regionale en mondiale programma's voor toezicht op de volksgezondheid, zodat de
gegevens op regionaal en internationaal niveau kunnen worden vergeleken en
geanalyseerd.
3. De Partijen erkennen het belang van financiële en technische bijstand van
internationale en regionale intergouvernementele organisaties en andere
instanties. Elke Partij streeft ernaar :
a) geleidelijk een nationaal systeem in te stellen voor epidemiologisch toezicht
op de tabaksconsumptie en daaraan gerelateerde sociale, economische en
gezondheidsindicatoren;
b) met bevoegde internationale en regionale intergouvernementele organisaties en
andere bevoegde instanties, waaronder gouvernementele en niet-gouvernementele
organisaties, samen te werken bij het regionaal en mondiaal tabakstoezicht en
bij de uitwisseling van informatie met betrekking tot de in het derde lid,
onderdeel a, van dit artikel bedoelde indicatoren; en
c) met de Wereldgezondheidsorganisatie samen te werken bij de ontwikkeling van
algemene richtlijnen of procedures voor het verzamelen, analyseren en
verspreiden van tabaksgerelateerde toezichtsgegevens.
4. Onverminderd het nationaal recht bevorderen en vergemakkelijken de Partijen
de uitwisseling van publiekelijk beschikbare wetenschappelijke, technische,
sociaal-economische, commerciële en juridische informatie, alsmede informatie
met betrekking tot praktijken van de tabaksindustrie en de teelt van tabak, die
voor deze Overeenkomst relevant zijn, en houden zij hierbij rekening met de
bijzondere behoeften van ontwikkelingslanden die Partij zijn en van Partijen met
een overgangseconomie. Elke Partij streeft ernaar :
a) geleidelijk een actuele database van wet- en regelgeving inzake
tabaksbeheersing samen te stellen en bij te houden en, waar dienstig, informatie
met betrekking tot de handhaving ervan, alsmede relevante jurisprudentie, en
samen te werken bij de ontwikkeling van programma's voor regionale en mondiale
tabaksbeheersing;
b) geleidelijk actuele gegevens van nationale toezichtprogramma's in
overeenstemming met het derde lid, onderdeel a, van dit artikel te verzamelen en
bij te houden, en
c) met bevoegde internationale organisaties samen te werken om geleidelijk een
mondiaal systeem op te zetten en in stand te houden om regelmatig informatie te
verzamelen en te verspreiden met betrekking tot de tabaksproductie en
-vervaardiging en de activiteiten van de tabaksindustrie die gevolgen hebben
voor de Overeenkomst of voor nationale activiteiten voor tabakstoezicht.
5. De Partijen dienen samen te werken in regionale en internationale
intergouvernementele organisaties en in financiële en ontwikkelingsorganisaties
waarvan zij lid zijn om de voorziening van technische en financiële middelen
ten behoeve van het Secretariaat te bevorderen en aan te moedigen, teneinde
ontwikkelingslanden die Partij zijn en Partijen met een overgangseconomie te
helpen hun verplichtingen inzake onderzoek, toezicht en uitwisseling van
informatie na te komen.
Artikel 21
Verslaglegging en uitwisseling van informatie
1. Elke Partij dient bij de Conferentie van de Partijen, via het Secretariaat,
periodieke verslagen in, met betrekking tot de uitvoering van deze Overeenkomst.
De verslaglegging moet het volgende omvatten :
a) informatie met betrekking tot de wettelijke, uitvoerende, bestuurlijke of
andere maatregelen die ten behoeve van de uitvoering van de Overeenkomst zijn
genomen;
b) informatie met betrekking tot beperkingen of obstakels bij de uitvoering van
de Overeenkomst en met betrekking tot de maatregelen die zijn genomen om deze
obstakels te overwinnen;
c) informatie met betrekking tot verleende of ontvangen financiële en
technische bijstand ten behoeve van tabaksbestrijdingsactiviteiten;
d) informatie met betrekking tot toezicht en onderzoek als bedoeld in artikel
20; en
e) de in de artikel 6.3, 13.2, 13.3, 13.4 d), 15.5 en 19.2 bedoelde informatie.
2. De frequentie en vorm van deze door alle Partijen in te dienen verslagen
wordt door de Conferentie van de Partijen vastgesteld. Elke Partij dient haar
eerste verslag in binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst
voor die Partij.
3. Overeenkomstig de artikelen 22 tot en met 26 bestudeert de Conferentie van de
Partijen regelingen om ontwikkelingslanden die Partij zijn en Partijen met een
overgangseconomie, op verzoek, te helpen bij de naleving van hun verplichtingen
uit hoofde van dit artikel.
4. De verslaglegging en uitwisseling van informatie uit hoofde van de
Overeenkomst zijn onderworpen aan het nationaal recht met betrekking tot
vertrouwelijkheid en privacy. De Partijen zorgen, op onderling bedongen wijze,
voor de bescherming van vertrouwelijke informatie die wordt uitgewisseld.
Artikel 22
Samenwerking op wetenschappelijk, technisch en juridisch gebied
en verschaffing van daaraan gerelateerde expertise
1. De Partijen werken rechtstreeks of via bevoegde internationale instanties
samen ter versterking van hun capaciteit om de verplichtingen die uit deze
Overeenkomst voortvloeien, na te komen, met inachtneming van de behoeften van
ontwikkelingslanden die Partij zijn en van Partijen met een overgangseconomie.
Bij deze samenwerking wordt de overdracht van technische, wetenschappelijke en
juridische expertise en technologie, op onderling bedongen wijze, bevorderd voor
de instelling en aanscherping van nationale strategieën, plannen en programma's
voor tabaksbeheersing, die onder meer gericht zijn op :
a) vergemakkelijking van de ontwikkeling, overdracht en verwerving van
technologie, kennis, vaardigheden, capaciteit en expertise op het gebied van
tabaksbeheersing;
b) de voorziening van technische, wetenschappelijke, juridische en andere
expertise voor de instelling en aanscherping van nationale strategieën, plannen
en programma's voor tabaksbeheersing, gericht op de uitvoering van de
Overeenkomst, onder meer door middel van :
i) hulp, op verzoek, bij de ontwikkeling van een sterke wettelijke basis alsmede
van technische programma's, met inbegrip van programma's ter voorkoming
preventie van het initieel gebruik, ter bevordering van het stoppen en ter
bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook;
ii) hulp, in voorkomend geval, aan werknemers in de tabaksindustrie bij de
ontwikkeling van geschikte economisch haalbare en legale alternatieve middelen
van bestaan; en
iii) hulp, naargelang het geval, aan tabakstelers bij de overschakeling naar het
telen van alternatieve gewassen, op een economisch haalbaar wijze;
c) ondersteuning bij relevante trainings- of voorlichtingsprogramma's voor het
daarvoor in aanmerking komende personeel, in overeenstemming met artikel 12;
d) de voorziening, zo nodig, van de benodigde materialen, apparatuur en
voorzieningen, alsmede logistieke ondersteuning, voor strategieën, plannen en
programma's voor tabaksbeheersing;
e) het in kaart brengen voor methoden voor tabaksbeheersing, met inbegrip van de
behandeling van nicotineverslaving; en
f) bevordering, waar dienstig, van onderzoek om de behandeling van
nicotineverslaving beter betaalbaar te maken.
2. De Conferentie van de Partijen bevordert en vergemakkelijkt de overdracht van
technische, wetenschappelijke en juridische expertise en technologie met de in
overeenstemming met artikel 26 verworven financiële steun.
DEEL VIII. - INSTITUTIONELE REGELINGEN EN FINANCIELE MIDDELEN
Artikel 23
Conferentie van de Partijen
1. Hierbij wordt een Conferentie van de Partijen ingesteld. De eerste zitting
van de Conferentie wordt uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze
Overeenkomst bijeengeroepen door de Wereldgezondheidsorganisatie. De Conferentie
stelt tijdens haar eerste zitting het tijdstip en de plaats van de volgende
reguliere zittingen vast.
2. Buitengewone zittingen van de Conferentie van de Partijen kunnen op ieder
ander tijdstip worden gehouden indien de Conferentie zulks noodzakelijk acht of
op schriftelijk verzoek van een Partij, op voorwaarde dat dit verzoek binnen zes
maanden nadat het door het Secretariaat van de Overeenkomst aan die Partijen is
medegedeeld, door ten minste één derde van de Partijen wordt gesteund.
3. De Conferentie van de Partijen neemt tijdens haar eerste zitting bij
consensus haar reglement van inwendige orde aan.
4. De Conferentie van de Partijen neemt bij consensus financiële regels voor
haarzelf aan alsmede voor de financiering van hulporganen die zij kan instellen,
alsook financiële bepalingen voor het functioneren van het Secretariaat.
Tijdens elke reguliere zitting neemt de Conferentie van de Partijen een
begroting aan voor het financieel tijdvak tot de volgende reguliere zitting.
5. De Conferentie van de Partijen toetst regelmatig de uitvoering van de
Overeenkomst en neemt de nodige besluiten om de daadwerkelijke uitvoering ervan
te bevorderen en kan, in overeenstemming met de artikelen 28, 29 en 33
protocollen en bijlagen bij en wijzigingen van deze Overeenkomst aannemen.
Daartoe, de Conferentie :
a) bevordert en vergemakkelijkt zij de uitwisseling van informatie ingevolge de
artikelen 20 en 21;
b) bevordert en begeleidt zij de ontwikkeling en periodieke verfijning van
vergelijkbare methoden voor onderzoek en het verzamelen van gegevens, naast deze
waarin ingevolge artikel 20 wordt voorzien, die voor de uitvoering van de
Overeenkomst relevant zijn;
c) bevordert zij, waar passend, de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van
strategieën, plannen en programma's, alsmede beleid, wetgeving en andere
maatregelen;
d) bestudeert zij verslagen die door de Partijen in overeenstemming met artikel
21 zijn ingediend en neemt zij periodieke verslagen aan inzake de uitvoering van
de Overeenkomst;
e) bevordert er gemakkelijk zij de mobilisatie van financiële middelen voor de
uitvoering van de Overeenkomst in overeenstemming met artikel 26;
f) creëert zij de hulporganen in die nodig zijn om het doel van de Overeenkomst
te bereiken;
g) verzoekt zij, waar passend, om diensten en medewerking, alsmede om informatie
van bevoegde en relevante organisaties en instanties van het systeem van de
Verenigde Naties en andere internationale en regionale intergouvernementele
organisaties en niet-gouvernementele organisaties en instanties teneinde de
uitvoering van de Overeenkomst kracht bij te zetten; en
h) overweegt zij, waar passend, andere maatregelen voor het bereiken van de
doelstelling van de Overeenkomst in het licht van de bij de uitvoering ervan
opgedane ervaringen.
6. De Conferentie van de Partijen stelt criteria vast voor de aanwezigheid van
waarnemers bij haar bijeenkomsten.
Artikel 24
Secretariaat
1. De Conferentie van de Partijen wijst een permanent secretariaat aan en treft
regelingen voor het functioneren daarvan. De Conferentie van de Partijen streeft
ernaar dit tijdens haar eerste zitting te realiseren.
2. Tot het tijdstip waarop een permanent secretariaat is aangeduid en geïnstalleerd,
worden de secretariaatstaken ingevolge deze Overeenkomst verzorgd door de
Wereldgezondheidsorganisatie.
3. Het Secretariaat heeft tot taak :
a) Zittingen van de Conferentie van de Partijen en de hulporganen te organiseren
en hen de nodige diensten hiertoe te verlenen;
b) de door haar ingevolge de Overeenkomst ontvangen verslagen toe te zenden;
c) op verzoek de Partijen ondersteuning te verlenen, in het bijzonder
ontwikkelingslanden die Partij zijn en Partijen met een overgangseconomie, bij
het verzamelen en verstrekken van de in overeenstemming met de bepalingen van de
Overeenkomst vereiste informatie;
d) onder begeleiding van de Conferentie van de Partijen verslagen op te stellen
met betrekking tot de/haar activiteiten ingevolge de Overeenkomst, en deze aan
de Conferentie van de Partijen voor te leggen;
e) onder begeleiding van de Conferentie van de Partijen zorg te dragen voor de
nodige coördinatie met de bevoegde internationale en regionale
intergouvernementele organisaties en andere instanties;
f) onder begeleiding van de Conferentie van de Partijen, de administratieve of
contractuele regelingen aan te gaan die nodig kunnen zijn voor het doelmatig
verrichten van haar taken; en
g) andere in de Overeenkomst en in de protocollen daarbij vermelde
secretariaatstaken alsmede de andere eventueel door de Conferentie van de
Partijen vastgestelde taken te verrichten.
Artikel 25
Verhouding tussen de Conferentie van de Partijen
en intergouvernementele organisaties
Teneinde de technische en financiële medewerking te kunnen verlenen voor het
bereiken van het doel van deze Overeenkomst, kan de Conferentie van de Partijen
verzoeken om de medewerking van bevoegde internationale en regionale
intergouvernementele organisaties, met inbegrip van financiële en
ontwikkelingorganisaties.
Artikel 26
Financiële middelen
1. De Partijen erkennen de belangrijke rol van financiële middelen bij het
bereiken van het doel van deze Overeenkomst.
2. Elke Partij voorziet, in overeenstemming met haar nationale plannen,
prioriteiten en programma's in financiële ondersteuning ten behoeve van haar
nationale activiteiten gericht op het bereiken van het doel van de Overeenkomst.
3. De Partijen bevorderen, zo nodig, het gebruik van bilaterale, regionale,
subregionale en andere multilaterale kanalen om te voorzien in de financiering
van de ontwikkeling en versterking van multisectorale allesomvattende
programma's voor tabaksbeheersing in ontwikkelingslanden die Partij zijn en
Partijen met een overgangseconomie. Derhalve moet, in het kader van nationaal
ontwikkelde strategieën voor duurzame ontwikkeling, worden uitgekeken naar
economisch haalbare alternatieven voor de tabaksproductie, met inbegrip van
diversificatie van gewassen, en moeten deze worden ondersteund.
4. Partijen die vertegenwoordigd zijn in de desbetreffende regionale en
internationale intergouvernementele organisaties, en financiële en
ontwikkelingsorganisaties, moedigen deze organisaties aan financiële hulp te
bieden aan Partijen die een ontwikkelingsland zijn en aan Partijen met een
overgangseconomie, om hen te helpen bij het nakomen van hun verplichtingen uit
hoofde van de Overeenkomst, zonder beperking van de rechten tot participatie
binnen deze organisaties.
5. De Partijen komen overeen :
a) teneinde de Partijen bij te staan bij het nakomen van hun verplichtingen uit
hoofde van de Overeenkomst, alle potentiële en bestaande relevante financiële,
technische en andere publieke en private middelen die beschikbaar zijn voor
tabaksbeheersingsactiviteiten te mobiliseren en aan te wenden ten bate van alle
Partijen, in het bijzonder ontwikkelingslanden en landen met een
overgangseconomie;
b) op verzoek adviseert het Secretariaat ontwikkelingslanden die Partij zijn en
Partijen met een overgangseconomie met betrekking tot beschikbare
financieringsbronnen om het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van de
Overeenkomst te vergemakkelijken;
c) tijdens haar eerste zitting beoordeelt de Conferentie van de Partijen
bestaande en potentiële bronnen en mechanismen voor bijstand op grond van een
studie die door het Secretariaat wordt uitgevoerd alsmede andere relevante
informatie, en de geschiktheid daarvan; en
d) de Conferentie van de Partijen houdt rekening met de uitkomst van dit
onderzoek bij het vaststellen van de noodzaak om bestaande mechanismen te
versterken of een vrijwillig mondiaal fonds of andere geschikte financiële
mechanismen in te stellen om, zo nodig, aanvullende financiële middelen te
regelen voor ontwikkelingslanden die Partij zijn en Partijen met een
overgangseconomie, teneinde deze bij te staan bij het bereiken van de
doelstellingen van de Overeenkomst.
DEEL IX. - REGELING VAN GESCHILLEN
Artikel 27
Regeling van geschillen
1. Ingeval tussen twee of meerdere Partijen een geschil ontstaat met betrekking
tot de interpretatie of toepassing van deze Overeenkomst, trachten de betrokken
Partijen langs diplomatieke weg tot een regeling van het geschil te komen door
middel van onderhandelen of andere vreedzame middelen van hun eigen keuze, met
inbegrip van hand- en spandiensten, bemiddeling of verzoening. Indien geen
overeenstemming kan worden bereikt door middel van voormelde diensten,
bemiddeling of verzoening, worden de partijen bij het geschil niet ontheven van
de verplichting te blijven zoeken naar een oplossing voor het geschil.
2. Bij de bekrachtiging, aanvaarding, formele bevestiging van of toetreding tot
de Overeenkomst, of op enig tijdstip daarna, kan een staat of regionale
organisatie voor economische integratie schriftelijk aan de Depositaris
verklaren voor een geschil dat niet in overeenstemming met het eerste lid van
dit artikel wordt opgelost, bindende ad hoc arbitrage te aanvaarden, in
overeenstemming met daartoe bij consensus door de Conferentie van de Partijen
aan te nemen procedures.
3. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing ten aanzien van elk
protocol tussen de partijen bij het protocol, tenzij daarin anders wordt
gestipuleerd.
DEEL X. - ONTWIKKELING
VAN DE OVEREENKOMST
Artikel 28
Wijzigingen van deze Overeenkomst
1. Elke Partij kan wijzigingen van deze Overeenkomst voorstellen. Deze
voorstellen worden door de Conferentie van de Partijen bestudeerd.
2. Wijzigingen van de Overeenkomst worden aangenomen door de Conferentie van de
Partijen. De tekst van een voorgestelde wijziging van de Overeenkomst wordt door
het Secretariaat aan de Partijen toegezonden, dit ten minste zes maanden vóór
de zitting waarop zij ter aanneming wordt voorgesteld. Voorgestelde wijzigingen
worden door het Secretariaat tevens toegezonden aan de ondertekenaars van de
Overeenkomst en, ter kennisgeving, aan de Bewaarder.
3. De Partijen stellen alles in het werk om over elke voorgestelde wijziging van
de Overeenkomst een consensus te bereiken. Indien alle pogingen om tot een
consensus te komen mislukken, en er geen overeenstemming wordt bereikt, wordt de
wijziging in laatste instantie aangenomen met een meerderheid van drie vierde
van de aanwezige Partijen die hun stem uitbrengen. Voor de toepassing van dit
artikel wordt onder aanwezige Partijen die hun stem uitbrengen verstaan,
Partijen die aanwezig zijn en een voor- of tegenstem uitbrengen. Aangenomen
wijzigingen worden door het Secretariaat toegezonden aan de Depositaris, die
deze ter aanvaarding toezendt aan alle Partijen.
4. Akten van aanvaarding betreffende een wijziging worden nedergelegd bij de
Depositaris. Een in overeenstemming met het derde lid van dit artikel aangenomen
wijziging treedt voor de Partijen die deze hebben aanvaard in werking negentig
dagen na de datum van ontvangst door de Depositaris van een akte van aanvaarding
van ten minste twee derde van de Partijen bij de Overeenkomst.
5. Een wijziging treedt ten aanzien van elke andere Partij in werking, negentig
dagen na de datum waarop die Partij haar akte van aanvaarding betreffende de
bedoelde wijziging heeft nedergelegd bij de Depositaris.
Artikel 29
Aanneming en wijziging van bijlagen bij deze Overeenkomst
1. Bijlagen bij deze Overeenkomst en de wijzigingen daarvan worden voorgesteld
en aangenomen en treden in werking in overeenstemming met de in artikel 28
uiteengezette procedure.
2. De bijlagen bij de Overeenkomst maken een integrerend deel uit van de
Overeenkomst en een verwijzing naar de Overeenkomst vormt tegelijkertijd een
verwijzing naar de bijlagen daarbij, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
3. Bijlagen worden beperkt tot lijsten, formulieren en andere beschrijvingen die
betrekking hebben op procedurele, wetenschappelijke, technische of
administratieve aangelegenheden.
DEEL XI. -
SLOTBEPALINGEN
Artikel 30
Voorbehouden
Ten aanzien van deze Overeenkomst kan geen enkel voorbehoud worden gemaakt.
Artikel 31
Opzegging
1. Twee jaar na de datum waarop deze Overeenkomst voor een Partij in werking is
getreden, kan die Partij het ten allen tijde opzeggen door middel van een
schriftelijke kennisgeving aan de Depositaris.
2. De opzegging wordt van kracht na het verstrijken van een termijn van één
jaar te rekenen vanaf de datum waarop de Depositaris de kennisgeving van
opzegging heeft ontvangen, of op een latere in bedoelde kennisgeving vermelde
datum.
3. Een Partij die de Overeenkomst heeft opgezegd, wordt geacht ook elk protocol
waarbij zij Partij is te hebben opgezegd.
Artikel 32
Stemrecht
1. Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, heeft elke Partij
bij deze Overeenkomst één stem.
2. Regionale organisaties voor economische integratie beschikken voor, binnen
hun bevoegdheid vallende aangelegenheden, over een aantal stemmen dat gelijk is
aan het aantal van hun lidstaten die Partij bij de Overeenkomst zijn. Bedoelde
organisaties oefenen hun stemrecht niet uit indien één van hun lidstaten zijn
stemrecht uitoefent, en omgekeerd.
Artikel 33
Protocollen
1. Elke Partij kan protocollen voorstellen. Deze voorstellen worden door de
Conferentie van de Partijen bestudeerd.
2. De Conferentie van de Partijen kan protocollen bij deze Overeenkomst
aannemen. Bij de aanneming van protocollen wordt alles in het werk gesteld om
een consensus te bereiken. Indien alle pogingen om tot een consensus te komen
mislukken en er geen overeenstemming wordt bereikt, wordt het protocol in
laatste instantie aangenomen met een meerderheid van drie vierde van de
aanwezige Partijen bij de zitting die hun stem uitbrengen. Voor de toepassing
van dit artikel wordt onder aanwezige Partijen die hun stem uitbrengen verstaan,
Partijen die aanwezig zijn en een voor- of tegenstem uitbrengen.
3. De tekst van voorgestelde protocollen wordt uiterlijk zes maanden vóór de
zitting waarop zij ter aanneming worden voorgelegd, door het Secretariaat aan de
Partijen toegezonden.
4. Enkel een Partij bij de Overeenkomst kan partij bij een protocol worden.
5. Protocollen bij de Overeenkomst zijn uitsluitend bindend voor de partijen bij
het desbetreffende protocol. Alleen partijen, betrokken bij een protocol, mogen
beslissingen nemen die uitsluitend op het desbetreffende protocol betrekking
hebben.
6. De vereisten voor de inwerkintreding van een protocol worden in het protocol
zelf vastgelegd.
Artikel 34
Ondertekening
Deze Overeenkomst zal van 16 juni 2003 tot en met 22 juni 2003 op de Zetel van
de Wereldgezondheidsorganisatie te Genève open zijn voor ondertekening door
alle leden van de Wereldgezondheidsorganisatie en door alle Staten die geen lid
zijn van de Wereldgezondheidsorganisatie, maar wel lid zijn van de Verenigde
Naties, en door regionale organisaties voor economische integratie, en daarna
van 30 juni 2003 tot en met 29 juni 2004 op het Hoofdkwartier van de Verenigde
Naties te New York.
Artikel 35
Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring, formele bevestiging of toetreding
1. Deze Overeenkomst behoeft bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of
toetreding door Staten en formele bevestiging of toetreding door regionale
organisaties voor economische integratie. De Overeenkomst zal open zijn voor
toetreding vanaf de eerste dag na de datum waarop deze Overeenkomst niet langer
kan worden ondertekend. De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring,
formele bevestiging of toetreding worden gedeponeerd bij de Depositaris.
2. Een regionale organisatie voor economische integratie die Partij wordt bij de
Overeenkomst zonder dat één van haar lidstaten Partij is, is gebonden aan alle
verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst. Wanneer één of meer lidstaten
van een dergelijke organisatie Partij is of zijn bij de Overeenkomst, besluiten
de organisatie en haar lidstaten over hun respectieve verantwoordelijkheden met
betrekking tot het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van de
Overeenkomst. In dergelijke gevallen zijn de organisatie en de lidstaten niet
gerechtigd de uit de Overeenkomst voortvloeiende rechten tegelijkertijd uit te
oefenen.
3. Regionale organisaties voor economische integratie verklaren, in hun akte met
betrekking tot formele bevestiging of in hun akte van toetreding, de draagwijdte
van hun bevoegdheid ten aanzien van de in deze Overeenkomst geregelde
aangelegenheden. Deze organisaties doen tevens kennisgeving aan de Depositaris,
die op zijn beurt de Partijen in kennis stelt, van belangrijke wijzigingen
betreffende de omvang van hun bevoegdheid.
Artikel 36
Inwerkingtreding
1. Deze Overeenkomst zal in werking treden negentig dagen na de datum van de
neerlegging van de veertigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring,
formele bevestiging of toetreding bij de Depositaris.
2. Voor elke Staat die de Overeenkomst bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, dan
wel hiertoe toetreedt, nadat aan de in het eerste lid van dit artikel genoemde
voorwaarden voor inwerkingtreding is voldaan, treedt de Overeenkomst in werking
negentig dagen na de datum van neerlegging door die staat van de akte van
bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
3. Voor elke regionale organisatie voor economische integratie die een akte van
formele bevestiging of een akte van toetreding neerlegt nadat aan de in het
eerste lid van dit artikel genoemde voorwaarden voor inwerkingtreding is
voldaan, treedt de Overeenkomst in werking negentig dagen na de datum van
neerlegging door die organisatie van de akte van formele bevestiging of van
toetreding.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt een door een regionale organisatie
voor economische integratie neergelegde akte niet meegeteld naast de door haar
lidstaten van die organisatie neergelegde akten.
Artikel 37
Depositaris
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is de Depositaris van deze
Overeenkomst en wijzigingen daarvan en van de in overeenstemming met de
artikelen 28, 29 en 33 aangenomen protocollen en wijzigingen.
Artikel 38
Authentieke teksten
Het origineel van deze Overeenkomst, waarvan de Engelse, de Arabische, de
Chinese, de Spaanse, de Franse en de Russische tekst authentiek zijn, wordt
neergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze
Overeenkomst hebben ondertekend.
Gedaan te Geneve, op 21 mei 2003.
Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake de bestrijding van
het tabaksgebruik, gedaan te Genève op 21 mei 2003




|
|
Publicatie : 2005-11-29 |