24
JANUARI 1977. - Wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de
gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-01-1987 en tekstbijwerking tot
06-02-2003)
Publicatie : 08-04-1977
Inwerkingtreding : 18-04-1977
Dossiernummer : 1977-01-24/31
Artikel 1.
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
1° Voedingsmiddelen : ieder produkt of zelfstandigheid bestemd voor
de menselijke voeding, daarin begrepen genotmiddelen, zout, toekruiden, (...).
<W 1989-03-22/41, art. 1, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
2° Andere produkten :
a) (toevoegsels, aroma's en technologische hulpstoffen;) <W
1989-03-22/41, art. 1, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>;
b) voorwerpen en stoffen bestemd om met voedingsmiddelen in
aanraking te komen;
c) (detergentia, reinigings- en onderhoudsmiddelen;) <W
1989-03-22/41, art. 1, 3°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
d) tabak, produkten op basis van tabak en soortgelijke produkten;
e) cosmetica;
f) (gebruiksartikelen die bij het gebruik, hetzij door het innemen
van delen ervan, hetzij door het inademen ervan, hetzij door contact met het
lichaam een fysiologische uitwerking kunnen hebben;) <W 1989-03-22/41, art.
1, 5°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
g) (aërosolen gebruikt voor voedingsmiddelen (...).) <W
1989-03-22/41, art. 1, 6°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> <W
2002-12-18/59, art. 22, 009; Inwerkingtreding : 16-02-2003>
(h) voedingsmiddelen die een gevaar kunnen vormen voor de veiligheid
van de consumenten.) <W 2002-12-18/59, art. 22, 009; Inwerkingtreding :
16-02-2003>
3° Handel of in de handel brengen :
Het invoeren, vervoeren voor verkoop of levering, in bezit houden
met het oog op verkoop, aanbieden, verkopen, verdelen, slijten, onder kosteloze
of bezwarende titel afstaan.
4° Fabricage of fabriceren :
De fabricage en de bereiding voor de handel, (...) of voor levering
aan de verbruiker, hieronder begrepen de wijze van fabricage of van bereiding,
de verpakking en de etikettering. <W
1989-03-22/41, art. 1, 8°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
Art.
2.
In het belang van de volksgezondheid of met het doel bedrog of vervalsing op dit
gebied te voorkomen, kan de Koning regels stellen en verbodsmaatregelen
voorschrijven op de fabricage, de uitvoer en de handel van voedingsmiddelen.
Deze bevoegdheid omvat onder andere de mogelijkheid de samenstelling
van de voedingsmiddelen te bepalen, de overeenstemmende benamingen ervan vast te
stellen alsook de aanwijzingen te reglementeren die nuttig zijn voor de
informatie op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid
behoort.
De Koning kan, meer in het bijzonder, op voorstel of na advies van
de Hoge Gezondheidsraad, regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op
het in de handel brengen van dieetvoedingsmiddelen, vitamines en
voedingsmiddelen waaraan vitamines, oligo-elementen of andere nutriënten werden
toegevoegd.
De Koning kan sommige dieetvoedingsmiddelen, die Hij aanduidt,
onderwerpen aan registratie onder de voorwaarden en volgens de regels die Hij
bepaalt.
Art.
3.
In het belang van de volksgezondheid kan de Koning daarenboven :
1° onverminderd het reglement inzake de arbeidshygiëne en de
gezondheid van de arbeiders :
a) (voor alle personen die aan de fabricage of de handel medewerken
en die door deze werkzaamheden rechtstreeks in aanraking komen met de in artikel
1 bepaalde voedingsmiddelen en andere produkten, algemene maatregelen
voorschrijven ten einde alle gevaren voor verontreiniging of besmetting van die
voedingsmiddelen en andere produkten uit te sluiten;) <W 1989-03-22/41, art.
2, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
b) de aandoeningen bepalen waarvoor de personen, verdacht van
besmetting door één van deze aandoeningen, kunnen verplicht worden zich aan
een geneeskundig onderzoek te onderwerpen en waarvoor, zo nodig, hun
bedrijvigheid kan beperkt of verboden worden door de directeur-generaal van het
Bestuur der Volksgezondheid of door zijn gemachtigde. De Koning regelt de
voorwaarden voor de organisatie van dergelijke onderzoeken, alsmede de
mededeling van het resultaat ervan en bepaalt de voorwaarden, modaliteiten en
regels van de procedure van beroep tegen de maatregelen houdende beperking of
verbod van de bedrijvigheid; dit beroep heeft geen schorsende kracht;
2° a) (de in lid 1 en 2 van artikel 2 bedoelde maatregelen van
toepassing maken op de voorwerpen en stoffen bestemd om in aanraking te komen
met voedingsmiddelen en het gebruik van deze voorwerpen en stoffen regelen en
verbieden;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 2°, 002; Inwerkingtreding :
05-11-1989>
b) regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op het gebruik
van voor voedingsmiddelen bestemde verpakkingen welke van die aard zijn dat zij
door hun vorm of voorkomen voor de verbruiker een gevaar kunnen opleveren;
3° a) (onverminderd de voorschriften van de wetgeving inzake
gezondheid en veiligheid van de arbeiders alsmede de salubriteit van het werk en
van de werkplaatsen, regels vaststellen voor de voedingsmiddelen en andere
produkten, inzake de salubriteit en de hygiëne van de plaatsen waar de in lid 1
van artikel 2 bedoelde werkzaamheden plaatsgrijpen alsmede van de plaatsen waar
voedingsmiddelen worden verbruikt, en het gebruik van die plaatsen voor
dergelijke doeleinden verbieden;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 3°, 002;
Inwerkingtreding : 05-11-1989>
b) een regeling uitwerken om het gebruik van die plaatsen aan
vergunning te onderwerpen;
c) het gebruik en de hygiëne reglementeren van de voertuigen
aangewend tot vervoer van voedingsmiddelen, het gereedschap, de recipiënten en
de apparaten bestemd om met de voedingsmiddelen in aanraking te worden gebracht,
alsmede de distributieapparaten voor voedingsmiddelen;
4° a) (de in lid 1 en 2 van artikel 2 bedoelde maatregelen van
toepassing maken op detergentia en op reinigings- en onderhoudsmiddelen;) <W
1989-03-22/41, art. 2, 4°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
b) het gebruik van deze produkten in de voedingsnijverheid
reglementeren;
5° op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad de
zelfstandigheden bepalen die de voorwerpen en stoffen als bedoeld onder 2° en
de produkten als bedoeld onder 4° van dit artikel niet of slechts in beperkte
mate mogen bevatten, alsmede de grenzen en voorwaarden waaraan de aanwezigheid
van deze zelfstandigheden in de voorwerpen, stoffen of produkten gebonden is.
(6° regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op de
fabricage, de uitvoer en de handel van de produkten bedoeld in artikel 1, 2°,
h).) <W
1989-03-22/41, art. 2, 5°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
Art.
4.
§ 1. De Koning stelt de lijst op van de toevoegsels die in voedingsmiddelen
mogen worden aangewend en bepaalt hun zuiverheidsnormen. Hij wijst de
voedingsmiddelen aan waarvoor de toevoegsels toegelaten zijn en stelt hun
maximumhoeveelheid vast, alsmede de wijze van uitdrukken daarvan. Hij bepaalt de
inlichtingen die met betrekking tot de toevoegsels op de verpakking van de
voedingsmiddelen moeten worden aangebracht.
§ 2. Iedere aanvraag tot inschrijving op de lijst van de
toevoegsels wordt voor advies aan de Hoge Gezondheidsraad voorgelegd.
Het advies betreft de schadelijkheid van het toevoegsel en de graad
waarin het door het menselijk organisme wordt geduld.
Het handelt bovendien over de noodzaak, het nut en de wenselijkheid
van het gebruik van het toevoegsel en, in voorkomend geval, over de noodzaak van
de voorlichting van de verbruiker betreffende de aanwezigheid en de hoeveelheid
van het toevoegsel.
§ 3. Niet in de handel mogen worden gebracht voedingsmiddelen die
niet toegelaten toevoegsels of toegelaten toevoegsels in een niet toegelaten
hoeveelheid bevatten of die niet geëtiketteerd zijn zoals voorgeschreven.
§ 4. De Koning kan regels stellen en verbodsmaatregelen
voorschrijven op de handel en de uitvoer van toevoegsels voor voedingsmiddelen,
alsook regels stellen voor de etikettering ervan.
Art.
5.
§ 1. Op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad kan de Koning de
aanwezigheid van contaminanten in voedingsmiddelen reglementeren, verbieden of
beperken.
§ 2. De Koning stelt de lijst op van contaminanten die niet of
slechts in een door Hem bepaalde hoeveelheid in de voedingsmiddelen mogen
voorkomen. In voorkomend geval omschrijft Hij in welk voedingsmiddel en in welke
hoeveelheid de contaminanten mogen aanwezig zijn, alsmede de wijze van
uitdrukken van de maximaal toegelaten hoeveelheid.
§ 3. Voor iedere inschrijving van een contaminant op de lijst
bedoeld in § 2 is een voorafgaand advies van de Hoge Gezondheidsraad vereist.
Het advies betreft enerzijds de onvermijdelijke aanwezigheid van het contaminant
in het betrokken voedingsmiddel en anderzijds de schadelijkheid ervan en de
graad tot welke het contaminant door het menselijk organisme wordt geduld in de
toegelaten dosis.
§ 4. Niet in de handel mogen worden gebracht voedingsmiddelen die
verboden contaminanten bevatten of die contaminanten bevatten in hoeveelheden
groter dan door de Koning bepaald.
Art.
6.
§ 1. (In het belang van de volksgezondheid of met het doel bedrog of vervalsing
op dit gebied te voorkomen, kan de Koning :
a) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid en in
artikel 3, 2°, a), en 3°, c), toepassen op tabak, produkten op basis van tabak
en soortgelijke produkten alsmede op cosmetica;
b) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, en in
artikel 3, 2°, a), en 3°, c), toepassen op de aroma's en technische
hulpstoffen bedoeld in artikel 1, 2°, a), alsmede op de gebruiksartikelen
bedoeld in artikel 1, 2°, f);
c) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid,
toepassen op de in artikel 1, 2°, g) bedoelde aërosolen.) <W 1989-03-22/41,
art. 3, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
§ 2. Op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad kan de
Koning de zelfstandigheden bepalen die de in artikel 1, 2°, d) tot g) bedoelde
produkten niet of slechts in een door Hem bepaalde hoeveelheid mogen bevatten
alsmede de grenzen en voorwaarden bepalen waaraan de aanwezigheid van deze
zelfstandigheden gebonden is.
§ 3. De Koning kan sommige cosmetica, die Hij aanduidt, onderwerpen
aan registratie onder de voorwaarden en volgens de regels die Hij bepaalt.
Art.
6bis.
<Ingevoegd bij W 1989-03-22/41, art. 4, 002; Inwerkingtreding :
05-11-1989> Wanneer bepaalde voedingsmiddelen of andere produkten een ernstig
en dreigend gevaar betekenen voor de volksgezondheid en dit gevaar niet of
onvoldoende kan worden bestreden op grond van deze wet of de besluiten genomen
ter uitvoering van deze wet, kan de Minister tot wiens bevoegdheid de
Volksgezondheid behoort, bij een met redenen omklede beslissing en zonder het
inwinnen van de in deze wet voorgeschreven adviezen, maatregelen nemen die
beletten dat ze in de handel komen of blijven.
De aldus genomen maatregel vervalt ten laatste bij het einde van de
derde maand die volgt op deze waarin hij in werking is getreden.
Deze maatregel kan hoogstens voor één periode van dezelfde duur
worden verlengd.
(De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de
producten die behoren tot de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de
Veiligheid van de Voedselketen.) <KB
2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.
7.
§ 1. In het belang van de (volksgezondheid) kan de Koning regels stellen en
verbodsmaatregelen voorschrijven op de reclame :
1° betreffende de voedingsmiddelen in verband met hun samenstelling
of met diëtetische eigenschappen of met hun uitwerking op de gezondheid; <W
1989-03-22/41, art. 5, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
2° (betreffende de produkten bedoeld in artikel 1, 2°, a), c), e)
en f), in verband met hun samenstelling of met hun uitwerking op de gezondheid.
<W 1989-03-22/41, art. 5, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
§ 2. (In het belang van de volksgezondheid kan de Koning regels
stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven (...) in verband met de reclame voor
alcohol en alcoholhoudende dranken.) <W 1989-03-22/41, art. 5, 3°, 002;
Inwerkingtreding : 05-11-1989> <W 1997-12-10/37, art. 2, 004;
Inwerkingtreding : 01-01-1999>
(§ 2bis. 1° Het is verboden reclame te voeren voor en te sponsoren
door tabak, producten op basis van tabak en soortgelijke producten, hierna
tabaksproducten genoemd.
Als reclame en sponsoring worden beschouwd elke mededeling of
handeling die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop te
bevorderen, ongeacht de plaats, de aangewende communicatiemiddelen of de
gebruikte technieken.
2° Het in het 1° bedoelde verbod is niet van toepassing op :
- reclame voor tabaksproducten in buitenlandse kranten en periodieke
uitgaven, behoudens wanneer die reclame of de invoer van dergelijke krant of
periodieke uitgave er hoofdzakelijk toe strekt reclame voor tabaksproducten te
voeren voor de Belgische markt;
- de incidentele reclame voor tabaksproducten in het kader van de
mededeling aan het publiek van evenementen in het buitenland, behoudens wanneer
die reclame of de mededeling aan het publiek van het evenement er hoofdzakelijk
toe strekt reclame voor tabaksproducten te voeren voor de Belgische markt;
- het aanbrengen van het merk van een tabaksproduct op affiches in
en aan de voorgevel van tabakswinkels en van krantenwinkels die tabaksproducten
verkopen.
3° Het is verboden een merk, dat zijn bekendheid hoofdzakelijk aan
een tabaksproduct ontleent, voor reclame op andere gebieden te gebruiken, zolang
het merk voor een tabaksproduct wordt gebruikt.
Deze bepaling doet geen afbreuk aan het recht van ondernemingen om
onder hun merknaam reclame te maken voor andere dan tabaksproducten, mits :
a) de omzet van, zelfs door een andere onderneming, onder dezelfde
merknaam op de markt gebrachte tabaksproducten niet meer dan de helft bedraagt
van de omzet van andere producten dan tabak van het merk in kwestie, en
b) dit merk oorspronkelijk is gedeponeerd voor andere dan
tabaksproducten.) <W 1997-12-10/37, art. 3, 004; Inwerkingtreding :
01-01-1999>
§ 3. Op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad kan de
Koning het gebruik van tabak, produkten op basis van tabak en soortgelijke
produkten in openbare plaatsen en vervoermiddelen beperken of verbieden.
Art.
8.
<W 1989-03-22/41, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> De gegevens
die op het etiket voorkomen en die dwingend zijn voorgeschreven in uitvoering
van deze wet, zijn minstens gesteld in de taal of de talen van het taalgebied
waar de produkten op de markt worden aangeboden.
Art.
9.
§ 1. De Koning bepaalt de procedure voor het indienen van de individuele
aanvragen die aanleiding geven tot het uitbrengen van een advies door de Hoge
Gezondheidsraad.
§ 2. Op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad kan de
Koning, volgens een procedure die Hij bepaalt, wijzigingen aanbrengen in de
beslissingen die Hij zou genomen hebben op grond van artikel 3, 5°, van artikel
4, § 1, van artikel 5, § 2, en van artikel 6, § 2.
Art.
10.
(De Koning kan een vergoeding opleggen, waarvan Hij het bedrag en de wijze van
heffing bepaalt, voor alle aanvragen die met toepassing van deze wet worden
ingediend, alsmede voor alle bewijsstukken die met toepassing van deze wet
worden afgegeven.
De Koning kan eveneens, bij een in Ministerraad overlegd besluit,
een vergoeding opleggen, waarvan Hij het bedrag en de wijze van heffing bepaalt,
voor het uitvoeren van controles en inspecties bedoeld in artikel 11.) <W
1994-02-09/36, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 1994-06-05>
(Het bedrag van deze vergoedingen wordt gestort, hetzij op de
rekening van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen,
hetzij op de bijzondere rekening van de afzonderlijke sectie van de begroting
van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. Deze
laatste rekening dient voor het dekken van de werkingskosten van de betrokken
dienst volgens regels die door de Koning worden vastgesteld. Bij ontstentenis
van dergelijke regels blijven de bepalingen op de Rijkscomptabiliteit van
toepassing.) <KB
2001-02-22/34, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.
11.
§ 1. Onverminderd de ambtsgevoeligheid van de officieren van gerechtelijke
politie, houden de burgemeester of diens gemachtigde alsook de ambtenaren en
beambten daartoe aangewezen door de Koning toezicht over de uitvoering van de
bepalingen van deze wet en van de krachtens deze wet uitgevaardigde besluiten.
Zij hebben toegang tot alle plaatsen die worden gebruikt voor de
handel van voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten en tot de
daaraan grenzende opslagplaatsen. Voor de plaatsen die normaal toegankelijk zijn
voor de verbruikers is deze bevoegdheid beperkt tot de tijd dat die plaatsen
voor de verbruikers toegankelijk zijn.
Zij hebben te allen tijde toegang tot de plaatsen die dienen voor de
fabricage van voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten die voor
de handel bestemd zijn, alsook tot de plaatsen waar deze zijn opgeslagen.
Zij mogen de overlegging eisen van alle handelsgetuigschriften en
bescheiden betreffende voedingsmiddelen en andere bij deze wet bedoelde
produkten en van alle documenten verplicht gesteld bij de krachtens deze wet
uitgevaardigde besluiten.
(Zij mogen overgaan tot de controle van transporten en
vervoermiddelen.) <W 1994-02-09/36, art. 2, 1°, 003; Inwerkingtreding :
1994-06-05>
(De door de Koning aangewezen ambtenaren of beambten van het
ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu belast met het
toezicht op de toepassing van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen en
op de ter uitvoering ervan getroffen besluiten hebben binnen de perken van de
uitoefening van hun bevoegdheid toegang tot alle plaatsen bedoeld in deze
paragraaf.) <W 2000-08-12/62, art. 227, 005; Inwerkingtreding :
10-09-2000>
§ 2. (Zij stellen de overtredingen van de desbetreffende wetten en
besluiten vast in processen-verbaal die gelden tot het tegendeel bewezen is.
Zij kunnen overgaan tot het verhoren van iedere verantwoordelijke
van het geïnspecteerde bedrijf en van het personeel dat voor rekening van dat
bedrijf werkzaam is alsmede van alle andere personen tegen wie een overtreding
van de wet of de uitvoeringsbesluiten daarvan vastgesteld is.
Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen tien dagen na de
vaststelling van de overtreding aan de geverbaliseerde overgezonden.) <W
1994-02-09/36, art. 2, 2°, 003; Inwerkingtreding : 1994-06-05>
(§ 3. Het proces-verbaal houdende vaststelling van de overtredingen
bedoeld in artikel 19 en opgesteld door de door de Koning aangestelde
toezichthoudende ambtenaren, wordt overgemaakt aan de krachtens artikel 19
aangestelde ambtenaar. Indien dit proces-verbaal is opgemaakt door de
burgemeester of diens gemachtigde kan het eveneens aan deze ambtenaar worden
toegezonden.
Wanneer toepassing wordt gemaakt van artikel 11bis, wordt het
proces-verbaal aan de procureur des Konings pas toegezonden, wanneer aan de
waarschuwing geen gevolg is gegeven.) <W 1989-03-22/41, art. 8, 002;
Inwerkingtreding : 05-11-1989>
(§ 4. De Koning kan andere regelen voor de inspectie en controle
vaststellen, ten einde te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de
internationale verdragen en de krachtens die verdragen tot stand gekomen
internationale akten.) <W 1994-02-09/36, art. 2, 3°, 003; Inwerkingtreding :
1994-06-05>
(§ 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de
controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000
houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de
Voedselketen.) <KB
2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.
11bis.
<Ingevoegd bij W 1989-03-22/41, art. 9, 002; Inwerkingtreding :
05-11-1989> Wanneer een overtreding van deze wet of van een
uitvoeringsbesluit ervan is vastgesteld, kan de door de Koning krachtens artikel
11 van deze wet aangestelde ambtenaar of beambte een waarschuwing richten tot de
overtreder waarbij die tot stopzetting van de overtreding wordt aangemaand.
De waarschuwing wordt binnen de tien dagen na de vaststelling van de
overtreding aan de overtreder overgemaakt door de overhandiging van een
afschrift van het proces-verbaal waarin de feiten zijn vastgesteld of bij een
ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs.
De waarschuwing vermeldt :
a) de ten laste gelegde feiten en de overtreden wetsbepaling of
-bepalingen;
b) de termijn waarin zij dienen te worden stopgezet;
c) dat, indien aan de waarschuwing geen gevolg wordt gegeven, het
proces-verbaal zal worden overgemaakt aan de ambtenaar die belast is met de
toepassing van de procedure die is bepaald in artikel 19 en dat de procureur des
Konings zal kunnen worden ingelicht.
(Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden
verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van
het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB
2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.
12.
(De Koning bepaalt de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de monsters
worden genomen.
Hij kan tevens de ontledingsmethoden bepalen.) <W 1989-03-22/41,
art. 10, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
De ontleding van de monsters geschiedt in de laboratoria die daartoe
erkend zijn overeenkomstig de voorwaarden die de Koning bepaalt.
De Koning kan eveneens de wijze van werken van deze laboratoria bij
de ontleding van de monsters regelen.
(Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden
verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van
het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB
2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.
13.
Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van
zesentwintig frank tot driehonderd frank of met een van die straffen alleen
wordt gestraft;
1° hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn,
voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten in de handel brengt
zonder inachtneming van het bepaalde in de besluiten genomen ter uitvoering van
artikel 2, (van artikel 3, 2°, 4° en 6°), van artikel 4, §§ 3 en 4, van
artikel 5, § 4, van artikel 6 en van artikel 8; <W 1989-03-22/41, art. 11, 1°,
002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
2° hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn,
voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten in de handel brengt
wanneer deze voedingsmiddelen of produkten bedorven, schadelijk of door een
verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur schadelijk
verklaard zijn;
3° hij die het bepaalde in de besluiten genomen ter uitvoering van
artikel 7, § 3, overtreedt.
(4° hij die de maatregel genomen ter uitvoering van artikel 6bis
overtreedt.) <W
1989-03-22/41, art. 11, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
Art.
14.
Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van vijftig
frank tot duizend frank of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij
die voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten fabriceert of
invoert en hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, wetens
voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten in de handel brengt
met overtreding van het bepaalde in de besluiten genomen ter uitvoering van
artikel 2, 1e en 2e lid, (van artikel 3, 1°, a) en 2° tot 5°), van artikel 4,
§ 4, van artikel 6, § 1 en van artikel 8. <W
1989-03-22/41, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
Art.
15.
§ 1. Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van
honderd tot vijftienduizend frank of met een dezer straffen alleen wordt
gestraft hij die fabriceert of invoert :
1° voedingsmiddelen wanneer zij één of meer niet toegelaten
toevoegsels of contaminanten bevatten of wanneer zij een hoeveelheid toevoegsels
of contaminanten bevatten groter dan die welke door de Koning bepaald is, met
overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 4, § 3 en
5, § 4;
2° voedingsmiddelen wanneer zij één of meer toegelaten
toevoegsels bevatten en niet de vereiste inlichtingen dragen betreffende de
aanwezigheid of het gehalte van deze toevoegsels in het voedingsmiddel, met
overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 4, § 3;
3° tabak, produkten op basis van tabak, soortgelijke produkten of
cosmetica, wanneer deze niet toegelaten stoffen bevatten of wanneer zij een te
grote hoeveelheid van één of meer toegelaten stoffen bevatten, met overtreding
van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 6, § 2;
4° produkten bedoeld in artikel 1, 2°, b), c), f) of g), wanneer
deze niet toegelaten stoffen bevatten of een te grote hoeveelheid van één of
meer toegelaten stoffen bevatten met overtreding van de besluiten genomen ter
uitvoering van artikelen 3, 5° en 6, § 2;
5° voedingsmiddelen, met overtreding van de besluiten genomen ter
uitvoering van artikel 2, lid 3;
6° dieetvoedingsmiddelen of cosmetica, wanneer niet vooraf voldaan
is aan de voorschriften betreffende de registratie ervan, met overtreding van de
besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 2, vierde lid en 6, § 3;
7° (voedingsmiddelen en andere produkten die bedorven of schadelijk
zijn of die door een verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk
bestuur schadelijk zijn verklaard.) <W 1989-03-22/41, art. 13, 002;
Inwerkingtreding : 05-11-1989>
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, zonder de fabrikant of
de invoerder te zijn, voedingsmiddelen of andere produkten in de handel brengt,
en die wetens het bepaalde onder 1° tot 7° niet in acht neemt.
§ 2. Met de straffen bedoeld onder § 1 wordt gestraft :
1° hij die zich niet onderwerpt aan het medisch onderzoek bedoeld
bij artikel 3, 1°, b), of die het verbod of de beperking van zijn activiteit
niet in acht neemt;
2° hij die het bepaalde in de besluiten genomen ter uitvoering van
artikel 7, § 1 en § 2 (in verband met de reclame voor alcohol en alcoholische
dranken) overtreedt. Deze bepaling is niet van toepassing op de uitgevers,
drukkers en in het algemeen op alle personen die bij de verspreiding van de
reclame betrokken zijn, indien zij de naam vermelden van de in België
gevestigde persoon die er de auteur van is of die het initiatief tot het
verspreiden ervan genomen heeft. <W 1997-12-10/37, art. 4, 004;
Inwerkingtreding : 11-02-1998>
(§ 3. Met gevangenisstraf van één maand tot een jaar en met
geldboete van tienduizend tot honderdduizend frank of met één van deze
straffen alleen wordt gestraft, hij die artikel 7, § 2bis van deze wet
overtreedt of de besluiten genomen in uitvoering van artikel 7, § 2 in verband
met tabaksproducten.
Deze bepaling is eveneens van toepassing op de uitgevers, drukkers
en in het algemeen op alle personen die bij de verspreiding van de reclame of
sponsoring betrokken zijn.) <W 1997-12-10/37, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 11-02-1998>
Art.
16.
Onverminderd de toepassing van de straffen gesteld bij de artikelen 269 tot 274
van het Strafwetboek wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot
drie maanden en met geldboete van honderd frank tot tweeduizend frank of met een
dezer straffen alleen, hij die niet toestemt in of zich verzet tegen de
bezoeken, de inspecties of de monsternemingen verricht door de ambtenaren en
beambten die gemachtigd zijn om overtredingen van deze wet en van de besluiten,
ter uitvoering van deze wet genomen, op te sporen en vast te stellen.
Art.
17.
§ 1. De bepalingen van de artikelen 13 tot 15 doen geen afbreuk aan de
voorschriften van de artikelen 454 tot 457 en 498 tot 504 van het Strafwetboek.
§ 2. In geval van herhaling binnen drie jaar na een veroordeling
wegens een misdrijf omschreven bij deze wet of bij ter uitvoering van deze wet
vastgestelde besluiten, kan de straf worden verdubbeld.
§ 3. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip
van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn toepasselijk op de misdrijven omschreven
in de artikelen 13 tot 16.
Art.
18.
§ 1. (Wanneer voedingsmiddelen of andere produkten als bedoeld in deze wet
bedorven of schadelijk zijn of schadelijk zijn verklaard door een verordening
van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur, kunnen de in artikel 11
bedoelde ambtenaren of beambten die voedingsmiddelen of andere produkten met
toestemming van de betrokken persoon buiten gebruik stellen voor de menselijke
voeding, respectievelijk voor het gebruik waartoe ze normaal bestemd zijn, of ze
wegnemen ten einde ze buiten gebruik te stellen.) <W
1989-03-22/41, art. 14, 1°, 002; ED : 05-11-1989>
§ 2. Indien de betrokken persoon de
bedorven toestand, het schadelijk of schadelijk verklaarde karakter of indien
hij niet instemt met het buiten gebruik stellen of met het wegnemen, worden de
voedingsmiddelen of andere in § 1 bedoelde produkten in beslag genomen en onder
sekwester geplaatst en nemen de voornoemde ambtenaren of beambten monsters.
Naargelang van de uitslag van de analyse worden het sekwester en de
inbeslagname opgeheven of gehandhaafd.
§ 3. In de gevallen bedoeld in § 2 en indien de voedingsmiddelen
en andere in § 1 bedoelde produkten, wegens hun aard of hun toestand, niet
kunnen worden bewaard zonder te ontaarden, worden zij voor de menselijke voeding
of voor hun normale bestemming onbruikbaar gemaakt door tussenkomst van de
bekeurende ambtenaar, bijgestaan door één van de in artikel 11 bedoelde
ambtenaren of beambten die gezamenlijk het proces-verbaal over het buiten
gebruik stellen van die voedingsmiddelen of produkten ondertekenen.
(§ 4. geschrapt) <W 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 002;
Inwerkingtreding : 05-11-1989>
(§ 4.) Onverminderd de toepassing van de artikelen 42 en 43 van het
Strafwetboek, spreekt de rechter, als maatregel ter vrijwaring van de
volksgezondheid, de verbeurdverklaring uit van de bedorven, schadelijke of door
een verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur schadelijk
verklaarde voedingsmiddelen of (andere in deze wet bedoelde produkten). <W
1989-03-22/41, art. 14, 2°, 3°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
(§ 5.) Wanneer voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde
produkten die voorhanden gehouden worden in een fictief, openbaar op particulier
entrepot of die ten uitvoer worden aangeboden bedorven, schadelijk of door een
verordening van het algemeen bestuur schadelijk verklaard zijn, kan de invoer
ervan worden geweigerd en kunnen zij worden teruggezonden of voor menselijke
voeding, respectievelijk voor het gebruik waartoe ze normaal bestemd zijn,
buiten gebruik gesteld.
Ingeval de terugzending of het buiten gebruik stellen wordt
geweigerd, worden de voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten
buiten gebruik gesteld op kosten van de invoerder en overeenkomstig de door de
Koning vastgestelde bepalingen. <W 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 002;
Inwerkingtreding : 05-11-1989>
(§ 6. Met uitzondering van §§ 4 en 5, zijn de bepalingen van dit
artikel niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing
van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap
voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB
2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.
19.
<W 1989-03-22/41, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> Bij
overtreding van deze wet of van de besluiten genomen ter uitvoering ervan kan de
ambtenaar, daartoe aangesteld door de Koning binnen het Ministerie van
Volksgezondheid en Leefmilieu, een geldsom bepalen waarvan de vrijwillige
betaling door de dader van de overtreding, de publieke vordering doet vervallen.
Wordt de betaling geweigerd, dan wordt het dossier aan de procureur des Konings
toegezonden.
Het bedrag van de te betalen geldsom mag niet lager zijn dan het
minimum noch hoger dan het maximum van de voor het misdrijf bepaalde geldboete.
Bij samenloop van verschillende misdrijven worden de bedragen van de
geldsommen samengevoegd, zonder dat het totale bedrag hoger mag zijn dan het
dubbele van het maximum van de boete bepaald in artikel 15.
Het bedrag van deze geldsommen wordt verhoogd met de opdeciemes die
van toepassing zijn op de strafrechtelijke geldboeten.
De betalingsmodaliteiten worden door de Koning vastgesteld.
De geldsom wordt gestort op de bijzondere rekening van de
afzonderlijke sectie van de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid en
Leefmilieu. Die rekening dient voor het dekken van de werkingskosten van de
Eetwareninspectie volgens regels die door de Koning worden vastgesteld. Bij
ontstentenis van dergelijke regels blijven de bepalingen op de
Rijkscomptabiliteit van toepassing.
(Dit artikel is niet van toepassing op de inbreuken die zijn
vastgesteld ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 februari 2001
houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal
Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse
wettelijke bepalingen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.
20.
§ 1. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, binnen het
toepassingsgebied van deze wet alle vereiste maatregelen treffen ter uitvoering
van de verplichtingen die voortvloeien uit de internationale verdragen en de
krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale akten, welke
maatregelen de opheffing en de wijziging van wetsbepalingen kunnen inhouden.
§ 2. De bepalingen van de artikelen 13 tot 19, 24 en 25 zijn van
toepassing bij overtreding van de besluiten genomen bij toepassing van § 1 van
dit artikel, alsmede van de verordeningen van de Europese Economische
Gemeenschap die van kracht zijn in het Rijk en materies betreffen welke op grond
van deze wet tot de verordeningsbevoegdheid van de Koning behoren.
§ 3. In geval van niet-naleving van de bepalingen genomen ter
uitvoering van de in § 1 bedoelde internationale verdragen of akten die geen
overtreding uitmaakt van de artikelen 13 en 18 van deze wet, wordt deze gestraft
met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met geldboete van
zesentwintig tot vijftienduizend frank of met één dezer straffen alleen.
Binnen de grenzen bepaald in vorig lid omschrijft de Koning bij een
in Ministerraad overlegd besluit nader de overtredingen en de straffen
toepasselijk op elk daarvan.
(§ 4. Wanneer de besluiten genomen ter uitvoering van deze wet en
waarvoor het advies van de Hoge Gezondheidsraad wettelijk is voorgeschreven, het
gevolg zijn van verplichtingen voortvloeiend uit internationale verdragen en
internationale akten getroffen op grond van die verdragen, is dit advies niet
vereist.) <W 1989-03-22/41, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
(§ 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de
materies die behoren tot de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de
Veiligheid van de Voedselketen.) <KB
2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.
21.
§ 1. <Wijzigingsbepaling van art. 1 van de W 1933-08-14/30>
§ 2. Op de door de Koning vastgestelde data worden opgeheven :
1° de wet van 25 september 1906 het vervaardigen, invoeren,
vervoeren, verkopen, alsook het ten verkoop in voorraad hebben van alsemlikeuren
verbiedende;
2° het koninklijk besluit nr. 57 van 20 december 1934 aangaande
brandewijnen;
3° het koninklijk besluit nr. 58 van 20 december 1934 betreffende
wijn, vruchtenwijn, wijnachtige dranken en oenologische produkten;
4° de wet van 8 juli 1935 betreffende boter, margarine, bereide
vetten en andere eetbare vetten;
5° de wet van 3 april 1975 tot bescherming tegen de gevaren van het
roken van sigaretten.
Art.
22.
§ 1. Bij het (Ministerie van Volksgezondheid en Leefmilieu) wordt een Commissie
van Advies inzake voedingsmiddelen opgericht waarvan de Koning de samenstelling
en de werking regelt. <W 1989-03-22/41, art. 16, 002; Inwerkingtreding :
05-11-1989>
§ 2. Deze Commissie brengt, op verzoek van de Minister tot wiens
bevoegdheid de volksgezondheid behoort, advies uit over alle problemen
betreffende de in deze wet bedoelde voedingsmiddelen en andere produkten.
§ 3. De Commissie van advies inzake voedingsmiddelen moet
geraadpleegd worden in verband met de besluiten, genomen ter uitvoering van deze
wet, die betrekking hebben op (de samenstelling, de etikettering van en de
reclame voor) de in deze wet bedoelde voedingsmiddelen en andere produkten, met
uitzondering evenwel van de besluiten genomen ter uitvoering van internationale
verplichtingen en die waarvoor in de wet het advies van de Hoge Gezondheidsraad
vereist is. <W 1989-03-22/41, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
Het advies wordt uitgebracht binnen een termijn van 2 maanden; na
deze termijn is het advies niet meer vereist.
Art.
23.
De bepalingen van deze wet doen geen afbreuk aan de rechten die de vigerende
wetten aan de gemeentelijke overheid verlenen om zich te vergewissen van de
echtheid en van de gezonde toestand van de te koop gestelde voedingsmiddelen en
om de overtredingen te beteugelen van de verordeningen welke dienaangaande door
deze overheid zijn uitgevaardigd.
Art.
24.
<wijzigingsbepaling>
Art.
25.
<wijzigingsbepaling>
Art.
26.
De wet van 20 juni 1964 betreffende het toezicht op voedingswaren of -stoffen en
andere produkten, gewijzigd bij de wet van 13 februari 1975, wordt opgeheven.
De verordeningen die ter uitvoering van de wetten van 4 augustus
1890 en van 20 juni 1964 werden getroffen, blijven van kracht tot wanneer zij
worden opgeheven.
(De artikelen 11, § 3, en 19 treden in werking de dag van de
bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit tot
aanstelling van de in artikel 19 bedoelde ambtenaar.) <W
1989-03-22/41, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
Art.
27. De besluiten ter uitvoering van deze wet worden
genomen op voordracht van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid
behoort.
Wijziging(en)
GEWIJZIGD
DOOR
·
WET VAN 18-12-2002 GEPUBL. OP 06-02-2003
(GEWIJZIGD
ART. : 1)
·
WET VAN 04-04-2001 GEPUBL. OP 14-06-2001
(GEWIJZIGD
ART. : 1)
·
WET VAN 12-08-2000 GEPUBL. OP 31-08-2000
(GEWIJZIGD
ART. : 11)
·
ARREST ARBITRAGEHOF VAN 30-09-1999 GEPUBL. OP 12-10-1999
(GEWIJZIGD
ART. : 7)
·
WET VAN 10-12-1997 GEPUBL. OP 11-02-1998
(GEWIJZIGDE
ART. : 7;15)
·
WET VAN 09-02-1994 GEPUBL. OP 26-05-1994
(GEWIJZIGDE
ART. : 10;11)
·
WET VAN 22-03-1989 GEPUBL. OP 26-10-1989
(GEWIJZIGDE
ART. : 1;3;6;6BIS;7;8;10;11;11BIS)
(GEWIJZIGDE
ART. : 12;13;14;15;18;19;20;22;26)
·
KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-02-2001 GEPUBL. OP 28-02-2001
(GEWIJZIGDE
ART. : 6BIS;11;11BIS;12;18;19;20)
·
KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-02-2001 GEPUBL. OP 28-02-2001
(GEWIJZIGD
ART. : 10)