Aanbeveling
van de Raad van 2 december 2002 inzake de preventie van roken
en initiatieven ter verbetering van de bestrijding van het tabaksgebruik
Publicatieblad
Nr. L 022 van 25/01/2003 blz. 0031 - 0034
Data:
|
van document: |
02/12/2002 |
|
van inwerkingtreding: |
02/12/2002; in werking datum document |
|
einde geldigheid: |
99/99/9999 |
Voorbereidende
werkzaamheden:
voorstel
Commissie; COM 2002/0303 def.
Onderwerp:
bescherming van
de gezondheid
Indexering
in het repertorium: 15300000
EUROVOC-descriptor:
nicotineverslaving
; volksgezondheid ; commercialisering ; tabak ; reclame ;
consumentenvoorlichting
Juridische
basis:
197E152-P4L2..............
Aangehaalde
besluiten:
389L0552..................
489Y0726(01)..............
396D0646..................
396Y1211(04)..............
596DC0573.................
300Y0324(03)..............
300Y0731(03)..............
301L0037..................
501PC0283.................
Wijzigt:
502PC0303.........
aanneming.....
Aanbeveling
van de Raad
van
2 december 2002
inzake
de preventie van roken en initiatieven ter verbetering van de bestrijding van
het tabaksgebruik
(2003/54/EG)
DE
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet
op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op
artikel 152, lid 4, tweede alinea,
Gezien
het voorstel van de Commissie(1),
Overwegende
hetgeen volgt:
(1)
Artikel 152 van het Verdrag bepaalt dat het optreden van de Gemeenschap, dat een
aanvulling vormt op het nationale beleid, gericht dient te zijn op verbetering
van de volksgezondheid, preventie van ziekten en aandoeningen bij de mens en het
wegnemen van bronnen van gevaar voor de menselijke gezondheid.
(2)
De resolutie van de Raad en de ministers van Volksgezondheid van de lidstaten,
in het kader van de Raad bijeen, van 18 juli 1989 betreffende het rookverbod in
publieksruimtes(2) bood de lidstaten richtsnoeren voor de bescherming van
niet-rokers tegen omgevingstabaksrook. In aansluiting op het verslag van de
Commissie over de maatregelen van de lidstaten naar aanleiding van dit
initiatief(3) versterkt onderhavige aanbeveling deze bescherming en stelt zij de
bijzonder kwetsbare groepen vast.
(3)
In de resolutie van de Raad van 26 november 1996 betreffende de terugdringing
van het roken in de Europese Gemeenschap(4) wordt erkend dat er een
doeltreffende strategie ontwikkeld moet worden om het tabaksgebruik te beperken
en dat die een aantal van de in deze aanbeveling naar voren gebrachte aspecten
moet omvatten.
(4)
In de conclusies van de Raad van 18 november 1999 over de terugdringing van het
tabaksgebruik(5) wordt erop gewezen dat een totaalstrategie moet worden
ontwikkeld die enkele van de in deze aanbeveling uiteengezette maatregelen ter
bescherming van minderjarigen bevat (voorschriften voor verkoopvoorwaarden,
elektronische verkoop en verkoopautomaten).
(5)
In de resolutie van de Raad van 29 juni 2000 over gezondheidbepalende
factoren(6) wordt nota genomen van de resultaten van de debatten tijdens de
Europese Conferentie over gezondheidsbepalende factoren in de Europese Unie
gehouden in Évora op 15 en 16 maart 2000, waarin bijzonder nadruk werd gelegd
op o.a. tabak en waarin een reeks praktische, doelgerichte maatregelen werd
voorgesteld om de uitdagingen in die sectoren het hoofd te bieden.
(6)
De aanbevolen acties zijn noodzakelijk omdat elk jaar in de Europese Gemeenschap
500000 mensen aan de gevolgen van roken sterven en het aantal kinderen en
jongeren dat gaat roken, zorgwekkend toeneemt. Roken is schadelijk voor de
gezondheid. Rokers raken verslaafd aan nicotine en krijgen ziekten en
aandoeningen die tot de dood en arbeidsongeschiktheid leiden, zoals longkanker,
kanker aan andere organen, ischemische hartziekten, andere aandoeningen aan de
bloedsomloop en aandoeningen aan het ademhalingsstelsel, zoals emfyseem.
(7)
Preventie van roken en bestrijding van tabaksgebruik zijn inmiddels prioritaire
doelstellingen van het volksgezondheidsbeleid van de lidstaten en de Europese
Gemeenschap. Roken is desondanks nog steeds de voornaamste vermijdbare
doodsoorzaak in de Europese Unie en de vorderingen bij de terugdringing van het
tabaksgebruik en het roken zijn tot nu toe teleurstellend. Bovendien stimuleren
reclame-, marketing- en promotiestrategieën van de tabaksindustrie het
tabaksgebruik, waardoor de reeds hoge sterfte en morbiditeit als gevolg van het
gebruik van tabaksproducten nog verder stijgt. Enkele van deze strategieën
lijken zich te richten op schoolgaande jongeren ter vervanging van het grote
aantal rokers dat jaarlijks sterft. Er is namelijk vastgesteld dat 60 % van de
rokers begint te roken beneden de 13 jaar en 90 % beneden de 18 jaar.
(8)
Met het programma "Europa tegen kanker"(7) wil de Europese Gemeenschap
onder meer de gezondheid van haar burgers verbeteren door het aantal gevallen
van kanker en andere met roken verband houdende ziekten omlaag te brengen.
(9)
Richtlijn 2001/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2001
betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke
bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop
van tabaksproducten(8) en het voorstel voor een richtlijn inzake de reclame voor
tabaksproducten en de sponsoring op dat gebied(9), die betrekking hebben op de
bestrijding van tabaksgebruik in het kader van de voltooiing en consolidering
van de interne markt en het wegnemen van knelpunten die een soepele
functionering hiervan verhinderen, gaan uit van een hoog niveau van bescherming
van de volksgezondheid.
(10)
Enkele maatregelen die deel zouden moeten uitmaken van een alomvattend beleid
ter bestrijding van het tabaksgebruik, zoals het verbod op bordreclame,
affichereclame en bioscoopreclame, kunnen op grond van de
internemarktvoorschriften vooralsnog niet in een afzonderlijke regeling voor
tabaksproducten worden geharmoniseerd.
(11)
Het bovenstaande wijst erop dat een alomvattende aanpak van de bestrijding van
roken nodig is om de ziekten in de Gemeenschap die het gevolg zijn van roken,
terug te dringen.
(12)
Het is van essentieel belang dat in het kader van een alomvattend beleid ter
bestrijding van tabaksgebruik maatregelen worden genomen die met name ten doel
hebben de vraag naar tabaksproducten bij kinderen en jongeren te verminderen.
Deze maatregelen kunnen acties omvatten ter beperking van het aanbod van tabak
aan kinderen en jongeren en waarbij bepaalde vormen van reclame-, marketing- en
promotiestrategieën voor tabaksproducten worden verboden, waarbij men er
rekening mee moet houden dat zulke strategieën ook impact hebben op andere
leeftijdsgroepen.
(13)
Bepaalde vormen van verkoop en distributie van tabaksproducten bevorderen de
toegang van kinderen en jongeren tot deze producten en dienen daarom door de
lidstaten te worden gereglementeerd.
(14)
Omdat zowel gebruikers als niet-gebruikers de verkoopautomaten zien, mag daar
alleen reclame op voorkomen die strikt noodzakelijk is om aan te duiden welke
producten worden verkocht.
(15)
Twee andere belangrijke maatregelen op het niveau van de Europese Gemeenschap
hebben betrekking op reclame en sponsoring van tabaksproducten. Richtlijn
89/552/EEG van de Raad van 3 oktober betreffende de coördinatie van bepaalde
wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de
uitoefening van televisieomroepactiviteiten(10) verbiedt alle vormen van
televisiereclame voor tabaksproducten en bepaalt dat televisieprogramma's niet
door natuurlijke of rechtspersonen mogen worden gesponsord die als
hoofdactiviteit tabaksproducten produceren of verkopen. Het huidige voorstel
voor een richtlijn inzake reclame voor en sponsoring van tabaksproducten
verbiedt ook tabaksreclame in de pers, andere gedrukte publicaties, op de radio
en via de diensten van de informatiemaatschappij en sponsoring door
tabaksproducenten van radioprogramma's en evenementen waarbij verscheidene
lidstaten betrokken zijn of die op andere wijze grensoverschrijdende effecten
hebben.
(16)
Deze aanbeveling heeft betrekking op andere vormen van reclame-, marketing- en
promotiemethoden van de tabaksindustrie die kinderen en jongeren kunnen
bereiken. Deze methoden omvatten het gebruik van merknamen van tabak op andere
producten dan tabak of voor diensten (merkextensie) en/of op kleding
("merchandising"), het gebruik van promotieartikelen (zoals asbakken,
aanstekers, parasols e.d.) en monsters tabak, het gebruik van en reclame voor
verkoopbevordering (zoals kortingen, geschenken, premies of het bieden van de
mogelijkheid om deel te nemen aan promotionele prijsvragen of kansspelen), het
gebruik van reclameborden, affiches en andere reclametechnieken voor binnen en
buiten (zoals reclame op verkoopautomaten van tabak), bioscoopreclame voor tabak
en alle andere vormen van reclame en sponsoring of methoden om direct of
indirect tabaksproducten aan te prijzen. De autoriteiten van de lidstaten dienen
dan ook passende wettelijke en/of bestuursrechtelijke maatregelen te nemen om,
in overeenstemming met hun nationale grondwet of grondwettelijke beginselen,
specifiek een verbod in te stellen op deze activiteiten, die een middel zijn om
tabaksproducten te promoten en het reeds bestaande verbod op reclame in bepaalde
media te omzeilen.
(17)
De Wereldgezondheidsorganisatie en de Wereldbank raden landen aan om alle vormen
van reclame en promotie voor tabak te verbieden. Als slechts enkele vormen van
directe reclame voor tabak verboden worden, gebruikt de tabaksindustrie vaak
haar reclame-uitgaven voor marketing-, sponsoring- en promotiestrategieën en
zoekt zij naar nieuwe en indirecte manieren om tabaksproducten te promoten,
vooral bij jongeren. Zij is daarin zeer vindingrijk. Hierdoor kan het effect van
het gedeeltelijke reclameverbod op het tabaksgebruik gering zijn. Bovendien
heeft de Wereldbank geconcludeerd dat reclame tot een hogere
sigarettenconsumptie leidt en dat wetgeving die reclame verbiedt, de consumptie
vermindert, mits dit verbod voor alle media en elk gebruik van merknamen en
logo's geldt. Een geringere sigarettenconsumptie zou direct zowel op de korte
als op de lange termijn de volksgezondheid ten goede komen. Informatie over de
totale uitgaven van de tabaksindustrie aan de promotie van tabaksproducten is
daarom een belangrijk vereiste om na te gaan of het beleid ter bestrijding van
het tabaksverbruik vanuit het oogpunt van de volksgezondheid effectief is. Met
deze informatie kan worden vastgesteld of de opgelegde restricties worden
omzeild, vooral door budgetten naar nieuwe of nog niet aan restricties gebonden
vormen van promotie te sluizen. De tabaksindustrie zou moeten worden verplicht
om regelmatig deze uitgaven op te geven.
(18)
Gelet op de risico's die aan passief roken verbonden zijn, zouden de lidstaten
zich tot doel moeten stellen rokers en niet-rokers te beschermen tegen
omgevingstabaksrook.
(19)
De lidstaten moeten doorgaan met het uitwerken van strategieën en maatregelen
om roken te bestrijden, zoals intensivering van gezondheidseducatieprogramma's
om de mensen beter te doen begrijpen wat de risico's van roken zijn, en de
uitvoering van andere preventieprogramma's om roken te ontmoedigen.
(20)
Een groot aantal onderwerpen in de kaderovereenkomst inzake de bestrijding van
het tabaksgebruik van de Wereldgezondheidsorganisatie waarover thans wordt
onderhandeld, is in deze aanbeveling opgenomen. Het is daarom van belang dat de
maatregelen in deze aanbeveling in overeenstemming zijn met de
ontwerp-kaderovereenkomst waarover nu wordt onderhandeld,
BEVEELT
DE LIDSTATEN AAN:
1.
Passende wettelijke en/of bestuursrechtelijke maatregelen te nemen
overeenkomstig hun nationale praktijken en voorwaarden om de tabaksverkoop aan
kinderen en jongeren te voorkomen, waaronder:
a)
invoering van de verplichting voor tabaksverkopers om vast te stellen of de
kopers van tabaksproducten de vereiste leeftijd hebben als de nationale
wetgeving een minimumleeftijd voorschrijft;
b)
verwijdering van tabaksproducten uit de zelfbedieningsschappen van
verkooppunten;
c)
beperking van de toegang tot verkoopautomaten door deze automaten in ruimtes te
plaatsen waar alleen personen mogen komen die de vereiste leeftijd hebben om
tabaksproducten te kopen, als de nationale wetgeving een minimumleeftijd
voorschrijft, dan wel een andere vorm van regulering van de toegang tot
producten die via dergelijke automaten worden verkocht indien deze even
doeltreffend is;
d)
beperking van op de eindverbruiker gerichte tabaksverkoop op afstand,
bijvoorbeeld via internet, tot volwassenen door gebruikmaking van passende
technische middelen;
e)
een verbod op de verkoop van snoep en speelgoed die voor kinderen zijn bedoeld
en geproduceerd worden met de duidelijke bedoeling dat het product en/of de
verpakking op een tabaksproduct lijken;
f)
verbod op de verkoop van sigaretten per stuk of in pakjes met minder dan 19
stuks.
2.
Passende wettelijke en/of bestuursrechtelijke maatregelen te nemen om,
overeenkomstig hun nationale grondwet of grondwettelijke beginselen, de volgende
vormen van reclame en promotie te verbieden:
a)
het gebruik van merknamen van tabak voor andere producten dan tabak of voor
diensten;
b)
het gebruik van promotieartikelen (asbakken, aanstekers, parasols enz.) en
monsters tabak;
c)
het gebruik van en reclame voor verkoopbevordering, zoals kortingen, geschenken,
premies of het bieden van de mogelijkheid om deel te nemen aan promotionele
prijsvragen of kansspelen;
d)
het gebruik van reclameborden, affiches en andere reclametechnieken voor binnen
en buiten (zoals reclame op verkoopautomaten van tabak);
e)
het gebruik van bioscoopreclame, en
f)
andere vormen van reclame, sponsoring of methoden om direct of indirect
tabaksproducten aan te prijzen.
3.
Passende maatregelen te nemen, door het invoeren van wetgeving of andere
methoden die met de nationale praktijken en voorwaarden in overeenstemming zijn,
om de producenten, importeurs en groothandelaren in tabaksproducten en in
producten en diensten met hetzelfde handelsmerk als tabaksproducten te
verplichten de lidstaten informatie te verstrekken over hun uitgaven aan niet
door de nationale of communautaire wetgeving verboden reclame, marketing,
sponsoring en promotiecampagnes.
4.
Op het juiste niveau bij de overheid en in de samenleving en overeenkomstig de
nationale praktijken en voorwaarden wetgeving en/of andere afdoende maatregelen
uit te voeren die bescherming bieden tegen blootstelling aan omgevingstabaksrook
op binnen gebouwen gelegen werkplekken, in openbare ruimtes en in het openbaar
vervoer. De aandacht moet in eerste instantie uitgaan naar onder meer
onderwijsinstellingen, instellingen voor gezondheidszorg en voorzieningen voor
kinderen.
5.
De ontwikkeling van strategieën en maatregelen tot terugdringing van het roken
voort te zetten, bijvoorbeeld intensivering van de algemene gezondheidseducatie,
met name in scholen, en algemene programma's om initieel gebruik van
tabaksproducten te ontmoedigen en tabaksverslaving te overwinnen.
6.
Ten volle gebruik te maken van de bijdrage die de jongeren kunnen leveren tot
beleidsmaatregelen en acties in verband met de gezondheid van de jeugd, meer
bepaald op het gebied van voorlichting; voorts specifieke activiteiten aan te
moedigen die door jongeren worden ondernomen, gepland, uitgevoerd en geëvalueerd.
7.
Passende prijsmaatregelen tegen tabaksproducten te nemen en uit te voeren om
tabaksgebruik te ontmoedigen.
8.
Alle passende en noodzakelijke procedures toe te passen om de naleving van de in
deze aanbeveling genoemde maatregelen te controleren.
9.
De Commissie om de twee jaar in kennis te stellen van de naar aanleiding van
deze aanbeveling genomen maatregelen,
VERZOEKT
DE COMMISSIE:
1.
De ontwikkelingen en maatregelen in de lidstaten en op communautair niveau te
volgen en te beoordelen.
2.
Uiterlijk een jaar na ontvangst van de door de lidstaten overeenkomstig deze
aanbeveling verstrekte informatie aan de hand van die informatie verslag uit te
brengen over de tenuitvoerlegging van deze maatregelen.
3.
Na te gaan in hoeverre de in deze aanbeveling neergelegde maatregelen
doeltreffend zijn en te bezien of verdere maatregelen noodzakelijk zijn, met
name indien er ten aanzien van de interne markt verschillen worden geconstateerd
op gebieden die onder deze aanbeveling vallen.
Gedaan
te Brussel, 2 december 2002.
Voor
de Raad
De
voorzitter
B.
Bendtsen
(1)
Voorstel ingediend op 18 juni 2002 (nog niet bekendgemaakt in het
Publicatieblad).
(2)
PB C 189 van 26.7.1989, blz. 1.
(3)
COM(96) 573 def.
(4)
PB C 374 van 11.12.1996, blz. 4.
(5)
PB C 86 van 24.3.2000, blz. 4.
(6)
PB C 218 van 31.7.2000, blz. 8.
(7)
PB L 95 van 16.4.1996, blz. 9.
(8)
PB L 194 van 18.7.2001, blz. 26.
(9)
PB C 270 van 25.9.2001, blz. 97.
(10)
PB L 298 van 17.10.1989, blz. 23.